Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/3.3:3.3 Eisen aan billijkheidsuitzonderingen op lagere wetgeving
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/3.3
3.3 Eisen aan billijkheidsuitzonderingen op lagere wetgeving
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS355923:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door het buiten toepassing laten van lagere wetgeving mag volgens de jurisprudentie wél de geldigheid van een voorschrift worden beoordeeld, namelijk gezien een fundamenteel of algemeen rechtsbeginsel. Gelet op artikel 11 Wet AB moet de rechter daarbij wel terughoudendheid betrachten. In dergelijke gevallen is echter geen sprake van een billijkheidsuitzondering (par. 3.3.1). Een billijkheidsuitzondering wordt gemaakt als lagere wetgeving vanwege niet-verdisconteerde omstandigheden buiten toepassing wordt gelaten. Daarvoor stelt de jurisprudentie niet, zoals bij formele wetgeving, expliciet de eis dat hiervoor slechts ruimte is als toepassing in strijd zou zijn met een rechtsbeginsel; maar deze eis behoort wel te gelden (par. 3.3.2).
3.3.1 Beoordeling van de geldigheid van lagere wetgeving op grond van rechtsbeginselen3.3.2 Ongeschreven billijkheidsuitzonderingen op lagere wetgeving3.3.3 Wettelijke billijkheidsuitzonderingen op lagere wetgeving3.3.4 Billijkheidsuitzonderingen op lagere wetgeving krachtens artikel 94 Gw3.3.5 Corrigerende interpretatie van lagere wetgeving3.3.6 Afsluitend over eisen aan billijkheidsuitzonderingen op lagere wetgeving