Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.4.7:II.5.4.7 Tussenconclusie
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.4.7
II.5.4.7 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623680:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie evenwel mijn opmerking in noot 141 van dit hoofdstuk omtrent de vervallenverklaring van art. 4:131 BW.
Asser/Perrick 2013 (4), nr. 215.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De last is net zoals de erfstelling en het legaat een uiterste wilsbeschikking. Voor de last geldt zodoende het bepaaldheidsvereiste (dat immers ziet op alle rechtshandelingen). Welke mate van bepaaldheid voor de last geldt wordt zichtbaar bij bestudering van de materiële aard van de last, zoals omschreven in art. 4:130 BW.
Met de last legt erflater een verplichting op aan de gezamenlijke erfgenamen, aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen, of aan de executeur. Van deze verplichting kan, anders dan bij het legaat, evenwel geen nakoming worden gevorderd. De last betreft met andere woorden noch goederenrechtelijke,1 noch verbintenisrechtelijke verhoudingen. Hierdoor geldt voor de last een heel soepel bepaaldheidsvereiste, dat ruimte biedt voor subjectieve elementen van anderen en daarmee dus voor wilsdelegatie. Enkel het noemen van het doel van de verplichting volstaat.
Ten aanzien van Perricks opmerking,2 dat erflater voor wat de last ten voordele van niet individueel aangewezen personen betreft, in zijn uiterste wil een richtsnoer dient te geven waaraan de bevoordeelden moeten voldoen opdat willekeur wordt tegengegaan, dient mijns inziens te worden beseft dat de redelijkheid en billijkheid hierbij een corrigerende rol kunnen vervullen.
In paragraaf 4.6.3 en paragraaf 4.6.4.3 gaf ik reeds aan dat ik naast de drie belangrijkste uiterste wilsbeschikkingen (te weten de erfstelling, het legaat en de testamentaire last) ook aandacht zal besteden aan de mate van bepaaldheid die geldt voor de executeursbenoeming en het testamentair bewind. Dit vanwege hun uitgebreide regeling in afdeling 4.5.6 BW en afdeling 4.5.7 BW. In onderstaande paragraaf staat allereerst de executeursbenoeming centraal. Wat zegt de regeling van afdeling 4.5.6 BW over de mate waarin de executeursbenoeming moet zijn bepaald?