Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.1:4.1 Inleiding
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS344586:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 1981, 332, Kamerstukken 15 304. Zie hierover paragraaf 2.4.6 onder b.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aandelen kunnen slechts ontstaan door uitgifte bij oprichting van de vennootschap, door uitgifte na oprichting van de vennootschap, door toekenning krachtens juridische fusie en juridische splitsing en door omzetting van een rechtspersoon – niet zijnde een bv of nv – in een bv respectievelijk nv. Beschermingsprefs plegen te worden uitgeven na oprichting. Een beursvennootschap kan immers tijdens haar bestaan in een situatie van oorlogstijd komen te verkeren.
De wettelijke regeling omtrent uitgifte van aandelen door de nv is met de wet Aanpassing van de wetgeving aan de tweede richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht op 1 september 1981 van kracht geworden.1 Tot die datum werd de uitgifte van aandelen niet door het Nederlandse vennootschapsrecht behandeld. Met de inwerkingtreding van deze wet werd de bevoegdheid tot uitgifte in handen van de algemene vergadering gelegd.
In dit hoofdstuk 4 behandel ik de juridische aspecten van de uitgifte van beschermingsprefs. Alvorens de vennootschap tot uitgifte van beschermingsprefs kan overgaan, zullen de statuten van de vennootschap in beschermingsprefs moeten voorzien. Paragraaf 4.2 handelt over de introductie van beschermingsprefs in de statuten. Paragraaf 4.3 gaat over de besluitvorming rondom de uitgifte van beschermingsprefs. Aan die uitgifte zal te allen tijde een besluit van de algemene vergadering ten grondslag moeten liggen. In paragraaf 4.4 behandel ik de uitgifte van beschermingsprefs krachtens uitoefening van de putoptie. De rechtshandeling van uitgifte komt aan de orde in paragraaf 4.4.3. In paragraaf 4.5 besteed ik kort aandacht aan aspecten van medezeggenschap en transparantieverplichtingen rondom de uitgifte van beschermingsprefs. In de paragrafen 4.6 en 4.7 ten slotte, behandel ik de uitgifte van beschermingsprefs door financiële ondernemingen, respectievelijk de uitgifte van beschermingsprefs door de beurs-bv. Zoals gebrui kelijk in deze studie, sluit ik dit hoofdstuk af met enkele concluderende opmerkingen.