Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.6:7.6 Grond voor ontbinding van het akkoord
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.6
7.6 Grond voor ontbinding van het akkoord
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS447330:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer kan een concurrente schuldeiser een verzoek tot ontbinding van een akkoord indienen? Welke grond(en) voor ontbinding van een akkoord kan hij met andere woorden aanvoeren? Ingevolge art. 165 lid 1 Fw kan een schuldeiser slechts bij het in gebreke blijven van de schuldenaar, een verzoek tot ontbinding van een akkoord indienen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat art. 165 lid 1 Fw limitatief is: in een andere grond voor ontbinding van een akkoord voorziet de wet derhalve niet.1 Is voor het indienen van een verzoek tot ontbinding vereist dat de schuldenaar in verzuim is in de zin van art. 6:81 BW? De wetsgeschiedenis laat zich hierover niet uit. Vanwege het ingrijpende gevolg van art. 167 Fw kan worden aangenomen dat het enkele niet nakomen door de schuldenaar onvoldoende is om ontbinding van een akkoord te verzoeken. Nu de Faillissements-wet niet in een verzuimregeling voorziet, kan de regeling van art. 6:81 BW worden toegepast.2 In samenhang met art. 165 lid 3 Fw zal de ontbinding van een akkoord daardoor alleen worden uitgesproken, indien de tekortkoming van de schuldenaar zonder twijfel vaststaat, hetgeen recht doet aan de gedachte van de wetgever om in verband met de rechtszekerheid een gehomologeerd akkoord zo onaantastbaar mogelijk te maken.3