Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.11.1
5.11.1 Artikel 4.218 § 1 jo. 4.174 § 1, 1° BBW: aanslag op het leven van de erflater
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859094:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 63-64 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012) en Pintens e.a. 2010, p. 686.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 64 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Barbaix 2016, p. 851, Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 40 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015) en Pintens e.a. p. 686-687. Zie over de tweede herroepingsgrond par. 5.11.2. Anders: Hof van Beroep Gent 18 oktober 1985, T.Not. 1986, p. 172-176. Hierin wordt toch op basis van de eerste grond herroepen.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 64 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Barbaix 2016, p. 850-851, Debucquoy, TBBR 2004, p. 542, Dekkers & Casman 2010, p. 612-613 en Pintens e.a. 2010, p. 686-687.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 64 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Barbaix 2016, p. 851, Debucquoy, TBBR 2004, p. 542, Dekkers & Casman 2010, p. 612 en Pintens e.a. 2010, p. 687.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 65 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012) en Barbaix 2016, p. 851.
Debucquoy, TBBR 2004, p. 545.
Zie hierover nader par. 5.7.1.1, 5.7.1.2, 5.7.2.1-5.7.2.3.
Art. 4.6 § 1, 2° BBW, waarover nader par. 5.7.2.
Indien de legataris een aanslag op het leven van de erflater heeft gepleegd, kan het legaat worden herroepen wegens ondankbaarheid, zo volgt uit artikel 4.218 § 1 jo. 4.174 § 1, 1° BBW. Deze herroepingsgrond wordt restrictief geïnterpreteerd. Onder een aanslag wordt enkel verstaan: (een poging tot) moord of doodslag.1 Andere gedragingen die leiden tot de dood van de erflater kunnen veelal als misdrijf, mishandeling of grove belediging gekwalificeerd worden en vallen daarmee onder de tweede herroepingsgrond.2
Een strafrechtelijke veroordeling is niet vereist. De legataris moet het inzicht hebben gehad om de erflater te doden. Dat brengt mee dat de sanctie buiten beeld blijft als sprake is van een schulduitsluitingsgrond of als het opzet ontbreekt.3 Dat het voldoende is dat de legataris het inzicht heeft om te doden, maakt dat ook de poging tot moord of doodslag een reden is voor herroeping van het legaat. Zelfs de niet strafbare poging, bijvoorbeeld omdat de poging vrijwillig en definitief is beëindigd voordat het misdrijf is voltooid, kan tot herroeping leiden. Gezegd kan worden dat de legataris ook hierbij de bedoeling heeft om te doden.4
De wet vordert dus geen veroordeling. Het is voldoende dat bewezen is dat een (poging tot een) aanslag op het leven van de erflater zich heeft voorgedaan, ongeacht of een strafrechtelijke vervolging (en veroordeling) volgt. Hierbij geldt dat de verjaring of seponering van de strafvordering geen afbreuk doet aan de mogelijkheid om het legaat te herroepen wegens ondankbaarheid.5
Zodra de rechter vaststelt dat de legataris zich schuldig heeft gemaakt aan een (poging tot een) aanslag op het leven van de erflater, kan hij de herroeping gegrond verklaren. Het delict wordt steeds geacht ernstig te zijn, zodat de zwaarwichtigheid ervan niet meer afzonderlijk dient te worden beoordeeld.6
Uit het voorgaande volgt dat deze regeling ruimer is dan de Belgische onwaardigheid wegens (een poging tot) moord of doodslag op de erflater. Een niet strafbare poging tot moord of doodslag, vervolgingsverjaring, dan wel een geseponeerd feit leveren geen onwaardigheid op.7 Verder geldt dat bij onwaardigheid in de regel een strafrechtelijke schuldigbevinding noodzakelijk is. Enkel als de dader overlijdt voordat een veroordeling kan volgen, volstaat een schuldigbevinding door de civiele rechter.8