Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/53
53 Arch Patton
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372610:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Patton 1961, p. v/vi.
Patton 1961, p. vi.
Hoewel de kranten in die tijd al overzichten van de bezoldiging van bestuurders op basis van SEC-gegevens publiceren, zorgt het overzicht van de AMA ervoor dat deze informatie als ‘wetenschappelijk bewijs’ toegankelijk wordt voor ondernemingen om op basis daarvan hun strategie te bepalen. Het eerste overzicht verschijnt in 1950 en geeft nieuwe inzichten over de bezoldiging van bestuurders. Voor de eerste keer wordt bijvoorbeeld aangetoond dat het bezoldigingsniveau van bestuurders direct gekoppeld is aan de omvang van de onderneming. Grotere ondernemingen betalen meer dan kleinere ondernemingen voor verder vergelijkbare functies. Voorts blijkt uit het onderzoek dat de bezoldiging van de CEO van essentieel belang is voor de bezoldiging op lagere niveaus. Zie verder Patton 1961, p. vii.
Patton merkt op dat de acceptatie van het bezoldigingsoverzicht voor een deel het tekort reflecteerde aan bestuurlijk talent en de groeiende druk om bestuurders van buitenaf aan te trekken. Vanwege dit tekort hadden ondernemingen informatie over bezoldiging nodig, zowel om hun bestuurders te behouden, als om bestuurders aan te kunnen trekken. Patton 1961, p. vi.
Het concept van Pareto is gebaseerd op de gedachte dat in iedere grote groep van mensen de inkomens een geometrisch patroon volgen van het hoogste inkomen naar het laagste inkomen en dat de distributie van de inkomens binnen de groep in een constante mathematische verhouding staan. Als dus het hoogste inkomen wordt opgeteld bij het op-een-na hoogste inkomen, het op-twee-na-hoogste inkomen etc tot aan het laagste inkomen, kunnen de totale inkomens geometrisch geplaatst worden op een rechte lijn.
Zie voor het citaat Patton 1961, p. ix.
In de lente van 1948 zit William R. Basset in de board van verschillende grote beursgenoteerde ondernemingen. Basset heeft het idee dat de president van één van de ondernemingen een te lage bezoldiging ontvangt. Het resultaat hiervan is dat ook de andere bestuurders te weinig bezoldiging ontvangen met als gevolg dat er sprake is van een bovengemiddeld verloop. Om meer inzicht in de situatie te krijgen vraagt Basset aan Arch Patton een overzicht te maken van de bezoldiging van bestuurders van vijftig ondernemingen in drie industrieën, gebaseerd op informatie van de SEC.1 Deze pilot is de eerste aanzet tot het commerciële gebruik van bezoldigingsdata en daarmee het startschot voor een nieuwe professie: de beloningsconsultant.
Wanneer de President van de American Management Association (hierna: AMA), Lawrence A. Appley, op de hoogte raakt van bovengenoemd overzicht, besluit hij dat de AMA (lees: Arch Patton) een uitgebreider onderzoek zal verrichten.2 De resultaten van dit onderzoek worden een jaar later door de AMA gepubliceerd en verbrijzelen de ‘wall of secrecy’ die dan nog rondom de bezoldiging van bestuurders ligt.3 In toenemende mate wordt het besef gecreëerd, dat het bezoldigingsniveau en de verhouding van de bezoldiging tussen de verschillende posities een onderdeel van de beleidstaak is. Het onderwerp komt hierdoor op de radar van bestuurders.4
Op ideeën gebracht door het onderzoek van de AMA, besluit General Motors (hierna: GM) vervolgens ook een onderzoek te laten verrichten naar de bezoldiging van bestuurders. GM is geïnteresseerd in het antwoord op de vraag in hoeverre de bezoldiging van de verschillende groepen binnen de onderneming zich heeft ontwikkeld in het licht van de naoorlogse inflatie. Besloten wordt om op basis van het proportionele inkomensconcept van de Italiaanse socio-econoom Vilfredo Pareto, de ontwikkeling van de inkomens van de verschillende groepen in kaart te brengen.5 In totaal worden 37 van de grootste ondernemingen in de VS meegenomen in het onderzoek uit 1951 dat uitgevoerd wordt door niemand minder dan Arch Patton. De resultaten worden in datzelfde jaar gepubliceerd in de maart/ april editie van de Harvard Business Review en zorgen voor grote verontrusting bij de top van ‘corporate America’. Het eerste ‘Proportional Management Compensation Survey’ laat zien dat tussen 1939 en 1950 de bezoldiging van de gewone werknemer is verdubbeld, terwijl de bezoldiging van bestuurders slechts met 35% is toegenomen. Aangepast voor inflatie is de bezoldiging van bestuurders zelfs met 59% achteruit gegaan. Patton schrijft tien jaar later over het effect van deze publicatie:
“The bombshell dropped by the publication of the results of this study is still reverberating through the ‘executive suites’ of industry, for it demonstrated that executive pay had fallen far behind the compensation of hourly and supervisory employees.”6
Door het overzicht uit 1951 van Patton is de aandacht van bestuurders voor bezoldigingsdata definitief gewekt. Het bezoldigingsonderzoek wordt een jaarlijkse bezigheid en de resultaten worden in de tien daaropvolgende jaren gepubliceerd in de Harvard Business Review. Hierdoor verkrijgen de overzichten een wetenschappelijke status. Binnen afzienbare tijd is de beloningsconsultant niet meer weg te denken uit het vaststellingsproces van de verschillende bezoldigingsniveaus binnen de onderneming. Arch Patton, die de toegang tot deze nieuwe markt met zijn onderzoeken ontsloten heeft, groeit uit tot één van de belangrijkste beloningsconsultants van zijn tijd.