Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/3.3.3
3.3.3 De toelaatbaarheid van strengere acting in concert-regels
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367560:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de beoordeling van de mate van strengheid in het algemeen Hofhuis 2006, p. 22 e.v.
Zie nader Nieuwe Weme 2004, p. 61-62.
Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 23. Zie hierover uitgebreid Nieuwe Weme 2004, p. 92 e.v. en Rensen 2008, p. 542-543.
Vgl. Rensen 2008, p. 550-551. Mij zijn geen voorbeelden bekend. De statuten van Airbus Group SE (voorheen EADS NV) kennen een acting in concert-regeling, die afwijkt van de wettelijke, zij het dat die regeling niet deel uitmaakt van een statutaire verplicht bod-regeling (anders dan bij haar rechtsvoorganger EADS NV), maar van een zogenaamde x%-regeling.
Zie in meer algemene zin over het verplicht bod als beschermingsmiddel het Marccus/CEPS 2012 – Takeover Bids Directive Assessment Report, p. 123; Nieuwe Weme 2004, p. 96 en Van Olffen 2000, p. 60. Van Olffen wijst er op dat RNA in 1997 – lang voor de Overnamerichtlijn werd aangenomen – een statutaire verplicht bod-regel heeft willen invoeren, maar dat de algemene vergadering daar niet voor voelde (p. 57).
Zie ook Rensen 2008, p. 544-546 en Nieuwe Weme 2004, p. 99.
Het kan overigens nog lastig blijken om vast te stellen of het eerder als voorbeeld genoemde nader inkleuren van het begrip onderling overleg als een extra-verplichting in de zin van art. 2:81 BW heeft te gelden. Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of ten opzichte van de wettelijke regeling sneller een biedplicht ontstaat; is dat het geval, dan lijkt mij bepleitbaar dat dit een extra verplichting is.
Idem Rensen 2008, p. 544 en Van Olffen 2000, p. 60 e.v.
Rensen 2008, p. 557.
Idem.
Lidstaten kunnen aanvullende voorwaarden en strengere eisen vaststellen op grond van art. 3 lid 2 sub b Overnamerichtlijn.1 De richtlijn beoogt dus slechts minimumharmonisatie. Art. 5 lid 6 Overnamerichtlijn concretiseert de genoemde algemene afwijkingsmogelijkheid voor wat betreft het verplicht bod.2
In het kader van acting in concert kan bij een strenger nationaal voorschrift worden gedacht aan een wettelijke bepaling die inhoudt dat niet alleen samenwerking krachtens overeenkomst, maar ook onderling afgestemde gedragingen kwalificeren als handelen in onderling overleg (§ 9.3.5) of dat ook een biedplicht ontstaat bij de onderling afgestemde verwerving van aandelen, zonder dat daarbij afspraken gemaakt worden over de uitoefening van het stemrecht (§ 11.4.3.5).
Ook statutaire verzwaring van de biedplicht is toegestaan.3 Specifiek bij acting in concert kan worden gedacht aan de statutaire bepaling krachtens welke ook onderling afgestemde gedragingen als handelen in onderling overleg kwalificeren of het nader inkleuren wanneer in ieder geval sprake is van handelen in onderling overleg.4 Denkbaar is dat vennootschappen hiervoor kiezen om zich te beschermen tegen activistische aandeelhouders, van wie bekend is dat zij veelvuldig hun krachten bundelen en soms uit zijn op de controle zonder een openbaar bod uit te willen brengen (vgl. eerder § 1.2).5
Men bedenke dat het invoeren van een dergelijke statutaire verzwaring van de biedplicht tegen de achtergrond van art. 2:81 BW niet aan (zittende) aandeelhouders kan worden tegengeworpen, die niet hebben ingestemd met de daartoe strekkende statutenwijziging.6 ,7 Vermoedelijk zal dit voor reeds beursgenoteerde vennootschappen aan invoering van een dergelijke regeling in de weg staan.8
In de literatuur is betoogd dat statutaire verzwaring slechts is toegestaan voorzover zij strekt tot aanvullende bescherming van minderheidsaandeelhouders.9 Dit zou betekenen dat bijvoorbeeld niet is toegestaan het verkorten van de gratietermijn waarbinnen het controlerende belang kan worden afgebouwd (§ 15.2.3).10 Naar mijn mening berust dit op een te strenge lezing van art. 5 lid 6 Overnamerichtlijn. Bovendien is niet geheel duidelijk of art. 5 lid 6 Overnamerichtlijn als specialis voorrang krijgt boven art. 4 lid 5 Overnamerichtlijn, dat die voorwaarde niet stelt.