Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/2.5.1.2
2.5.1.2 Uitzonderingen
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS499117:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:18 lid 1 aanhef en sub a BW
Kamerstukken II 1987/88, 17 725, nr. 14, p. 2.
Zie ook J.L. van de Streek, Omzetting van rechtspersonen (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 2008, p. 31.
Ditzelfde geldt voor rechtsvormwijziging in een stichting maar voor die rechtsvormwijziging geldt de uitzondering niet. De zware eis van negen tienden geldt wel voor een besluit tot rechts-vormwijziging in een stichting.
Het verschil tussen een meerderheidsbeslissing en unanimiteit is nog maar één stem bij drie bestuursleden en nul bij twee bestuursleden.
Artikel 2:18 lid 3 BW
De invoering van de flexibilisering van het BV-recht leidt tot een grotere mate van discontinuïteit tussen de rechtsvormen naamloze vennootschap en besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
Hoofdregel is dat een besluit tot rechtsvormwijziging genomen wordt met een meerderheid van ten minste negen tienden van de uitgebrachte stemmen. Op deze minimumeis van negen tienden zijn twee uitzonderingen: rechtsvormwijziging van een stichting en rechtsvormwijziging van een kapitaalvennootschap in een andere kapitaalvennootschap.
Indien de rechtsvorm van een stichting wordt gewijzigd, geldt de eis van negen tienden niet.1 Bij een stichting kan het besluit genomen worden conform de statutaire regeling. Uit de parlementaire geschiedenis volgt:
`Evenmin als thans wordt voor omzetting van b.v. in n.v. of omgekeerd een bijzondere meerderheid van stemmen geëist. Voor alle andere omzettingen wordt wegens het ingrijpende van een omzetting de instemming van negen tienden van de uitgebrachte stemmen vereist, behalve voor een stichting, die immers geen leden heeft.'2
Bij deze toelichting plaats ik twee kanttekeningen. Op het moment van deze toelichting was in het wetsvoorstel de mogelijkheid van rechtsvormwijziging van een stichting in een kapitaalvennootschap nog niet opgenomen. Toen deze mogelijkheid geboden werd3, zijn geen woorden gewijd aan de mogelijke versterkte meerderheid voor een dergelijke rechtsvormwijziging. Dat had tot gevolg dat de negen tienden eis evenmin van toepassing was voor rechtsvormwijziging van een stichting in een kapitaalvennootschap.
De tweede kanttekening betreft het orgaan dat besluit tot rechtsvormwijziging. Uit de toelichting volgt dat het feit dat een stichting geen leden heeft als een soort automatisme voortvloeit dat dus de eis van negen tienden niet opgenomen hoeft te worden. Een stichting kan echter ook andere organen hebben voor wie een dergelijk besluit ingrijpend kan zijn, bijvoorbeeld de vergadering van aangeslotenen. Zij kunnen belanghebbenden zijn. Een ruime meerderheidseis voor het orgaan dat bevoegd is tot rechtsvormwijziging te besluiten ter bescherming van die belanghebbenden is zinvol.4
Als argumentatie voor het niet van toepassing zijn van de zware eis van negen tienden bij rechtsvormwijziging van stichtingen geldt dat stichtingen geen leden kennen. Rechtsvormwijziging van een stichting brengt naar haar aard een grote mate van discontinuïteit met zich aangezien altijd wordt gewijzigd in een niet-verwante rechtsvorm.5 De hoofdregel dient mijns inziens dan ook voor deze vorm van rechtsvormwijziging te gelden. Daarbij dient bedacht te worden dat deze eis hoog is en in praktijk vaak uit zal werken als een unanimiteitseis aangezien besturen van stichtingen in de regel uit weinig personen bestaan.6
Bij rechtsvormwijziging van een naamloze vennootschap in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of andersom doet zich de tweede uitzondering op de versterkte meerderheidseis van negen tienden voor.7 Er is dan sprake van verwante rechtsvormen. De aard van de rechtsvormwijziging leidt tot weinig discontinuïteit. Een dergelijke strenge meerderheidseis is dan niet noodzakelijk.8