Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/9.3.3
9.3.3 De keuze voor een handhavingsstelsel
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS499681:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een belangrijke reden waarom de regering de omzetting van de richtlijn heeft uitgesteld is dat zij de uitkomsten van het onderzoek naar het uit de strafrechtelijke sfeer halen van het handelsrecht (incl. het consumentenrecht) wilde afwachten alvorens zich uit te laten over de keuze voor de strafrechtelijke handhaving van de Richtlijn OHP. Die uitkomsten kwamen echter niet op tijd. Vgl. Cornu 2007/08, p. 111-112, waarin wordt opgemerkt dat strafrechtelijke sancties aan art. 13 richtlijn voldoen.
Amendement nr. 200. De consument is hiermee vertrouwd.
Amendement-Hyest, waarover Chevrier en Delpech 2008, p. 68 e.v.
Séance du 14 decembre 2007, JORF 2007, nr. 87, p. 6729-6732.
Er is kritiek op het feit dat de aansluiting bij de wilsgebreken voor wat betreft het sanctiearsenaal niet ruimer is, i.e. niet ook de misleidingsnormen betreft: Cannarsa 2008, nr. 21.
JPmx Lorient 27 augustus 2009, nr. 91-08-000276. Dergelijke zaken kunnen wonden ingesteld door consumenten maar ook door concurrenten (oneerlijke concurrentie): vgl. CA Parijs 14 mei 2009, nr. 09/03660, D 2009, p. 1475, bevestigd in Cass. Com. 13 juli 2010, nr. 09-15304 en 09-66970, Bull. civ. 2010 IV, nr. 127.
Art. L. 141-4 C.conso. bepaalt dat de rechter alle bepalingen van de Code de la consummation ambtshalve mag toepassen. In de hiervoor genoemde uitspraak toetst de rechter ambtshalve aan de hoofdnorm.
Vgl. art. L.111-1 C.conso. genoemd in par. 9.2.1. Art. L.141-1 C.conso. bepaalt niettemin dat overtredingen van de hoofdnorm door de DGCCRF worden opgespoord en vastgesteld. Wat deze inconsistentie kan betekenen voor de verwezenlijking van de vangnetrol van de hoofdnorm wordt in par. 9.9.3 besproken.
565. De Assemblée nationale heeft, in lijn met de bestaande praktijk, gekozen voor de strafrechtelijke handhaving van de richtlijnbepalingen (par. 9.2.2). De keuze voor een strafrechtelijke handhaving van de richtlijnbepalingen strookt niet met de Franse plannen om het handelsrecht uit de strafrechtelijke sfeer te halen.1 Deze keuze wordt echter gemotiveerd door het feit dat strafrechtelijke sancties wijdverspreid zijn in de Code de la consommation.2 Tijdens de behandeling van de omzettingswet (de uiteindelijke loi Chatel) in het Senaat weigerde het lid Hyest zich bij deze keuze neer te leggen. Volgens hem bestaan er voor de meeste praktijken al strafrechtelijke sancties en rijst bovendien de vraag of strafrechtelijke sancties in het consumentenrecht wel het beoogde effect hebben. Zijn amendement, dat tijdens de plenaire zitting van 14 december 2007 werd aangenomen, vervangt de strafrechtelijke sancties door twee civielrechtelijke middelen: de ambtshalve vast te stellen nietigheid van als gevolg van agressieve praktijken gesloten overeenkomsten en de door de DGCCRF in te stellen civielrechtelijke verbodsprocedure.3 De Franse regering achtte het echter onwenselijk dat ernstige praktijken slechts langs de relatief milde civielrechtelijke weg zouden worden aangepakt.4 De Commission mixte paritaire heeft de keuze van de Assemblée nationale voor strafrechtelijke sancties uiteindelijk in ere hersteld.
566. De civiele rechter staat echter niet buitenspel. De DGCCRF (art. L.141-1VI C.conso.) en consumentenorganisaties (art. L. 421-6 C.conso.) kunnen zich tot de civiele rechter richten. Het amendement-Hyest heeft er voorts toe geleid dat er, naast de strafrechtelijke sancties, ook een privaatrechtelijke remedie bestaat voor de individuele consument die als gevolg van een agressieve praktijk een contract heeft gesloten (art. L. 122-15 C.conso., `nullité de droit').5Daar komt bij dat de richtlijnnormen worden gebruikt ter invulling van de onrechtmatigheidsnorm ex art. 1382 Cc (`responsabilité civile').6 Het is de rechter toegestaan ambtshalve aan de uit de richtlijn afkomstige normen te toetsen.7
De openheid van de subnormen heeft geen rol gespeeld in de discussie rond de omstreden keuze voor strafrechtelijke sancties. De open misleidingsnorm werd immers al strafrechtelijk gehandhaafd. De openheid van de hoofdnorm kan mogelijk wel verklaren waarom deze norm geen 'eigen' sanctie heeft gekregen.8 De betekenis van de nieuwe oneerlijkheidsnorm, waarin de meeste nieuwe begrippen voorkomen, wordt mogelijk beperkt door de keuze om aan de schending hiervan geen zelfstandige sanctie te koppelen.