Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.3.5.2
3.3.5.2 Butôt
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS378190:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 10 september 2010, NJ 2010/665 m.nt. Van Schilfgaarde; JOR 2010/337 m.nt. Brink (Butôt).
OK 17 februari 2009, JOR 2009/129 (Butôt), r.o. 3.3.
HR 10 september 2010, NJ 2010/665; JOR 2010/337 (Butôt), r.o. 3.6.3. Aan deze gelijkstelling staat volgens ons hoogste rechtscollege niet in de weg dat er een executeur is benoemd die tot taak heeft de goederen van de nalatenschap te beheren en de erfgenamen in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Lees verder over de beheerstaak van de executeur-testamentair en de enquêtebevoegdheid van de deelgenoten in § 3.1.5.
HR 10 september 2010, NJ 2010/665 m.nt. Van Schilfgaarde; JOR 2010/337 m.nt. Brink (Butôt), r.o. 3.6.3.
Zie ook Koster (2012), § 2.
HR 10 september 2010, NJ 2010/665 m.nt. Van Schilfgaarde; JOR 2010/337 m.nt. Brink (Butôt), r.o. 3.6.3.
Zeven jaar na de Scheipar-beschikking oordeelt de Hoge Raad in de Butôt-beschikking opnieuw over de enquêtebevoegdheid van een economisch gerechtigde tot certificaten.1
Alle aandelen in Butôt Holding worden gehouden door het Stak Butôt. De door het Stak uitgegeven certificaten maken deel uit van de onverdeelde nalatenschap van Butôt sr. Na aanvaarding van de nalatenschap van Butôt sr. zijn de vier kinderen elk voor 25% deelgenoot in de onverdeelde nalatenschap. Twee van de vier kinderen dienen een enquêteverzoek in bij Butôt Holding. Laatstgenoemde verweert zich met de stelling dat de verzoekers geen certificaathouders zijn, maar dat zij slechts een voorwaardelijk recht op levering van de certificaten hebben, onder de opschortende voorwaarde van de beëindiging van de executele en de verdeling van de nalatenschap. De OK gaat daar niet in mee. Zij overweegt:
“Indien het economische belang van de certificaten bij verzoekers ligt, brengt de strekking van het enquêterecht mee dat daardoor aan de kapitaalverschaffer verleende bescherming door de economisch rechthebbende op de certificaten kan worden ingeroepen. Verzoekers moeten daarom gelijk worden gesteld met certificaathouders als bedoeld in artikel 2:346 aanhef en onder b BW. Verzoekers hebben gezamenlijk een aandeel van 50% in de nalatenschap, hetgeen overeenkomt met 50% van de certificaten van AK Butôt, en zijn dus bevoegd tot het doen van een enquêteverzoek.”2
Butôt Holding gaat in cassatie onder meer op basis van het argument dat niet is voldaan aan beide criteria van de Scheipar-beschikking: zeggenschap en economisch belang. De Hoge Raad is de vennootschap evenmin ter wille. Hij overweegt dat de deelgenoten in een onverdeelde nalatenschap waarvan certificaten van de gerekwestreerde vennootschap deel uitmaken, ieder ontvankelijk zijn op de enkele grond dat zij economisch gerechtigden zijn. Omdat het economisch belang van de tot de onverdeelde nalatenschap behorende certificaten bij de deelgenoten ligt, moet elke deelgenoot worden aangemerkt als economisch certificaathouder voor wiens rekening en risico de certificaten worden gehouden. De strekking van het enquêterecht brengt in dat geval mee dat de erfgenamen als verschaffers van risicodragend kapitaal de bescherming van het enquêterecht kunnen inroepen. Zij kunnen met de certificaathouder als bedoeld in art. 2:346 sub b (oud) BW worden gelijkgesteld, zelfs indien aan hen geen bevoegdheden met betrekking tot de zeggenschap toekomen, aldus de Hoge Raad.3 Ik merk op dat de Hoge Raad hier doelt op zeggenschap in de vorm van stemrecht, niet zeggenschap in de onverdeelde nalatenschap.4 De bevoegdheid tot het doen van een enquêteverzoek hangt er dus niet van af of de verzoeker de hoedanigheid toekomt van houder van de certificaten die deel uitmaken van de onverdeelde nalatenschap. Waar het volgens de Hoge Raad om gaat is of de verzoeker “als kapitaalverschaffer een eigen economisch belang bij de certificaten heeft”.5
In dit oordeel van de Hoge Raad zit een lichte koerswijziging ten opzichte van de Scheipar-beschikking. Niet langer vereist is dat aan de economisch gerechtigde alle bevoegdheden met betrekking tot de zeggenschap toekomen.6 Dit lijkt mij een juist uitgangspunt. Certificaathouders hebben ook geen of slechts beperkte zeggenschapsbevoegdheden. De verzoekers in Butôt kwalificeren voor hun aandeel in de nalatenschap als economisch certificaathouders voor wiens rekening en risico de certificaten worden gehouden.7 Iedere deelgenoot heeft uiteindelijk recht op de verdeling van de nalatenschap en daarmee op de certificaten. De verzoekers zijn daarmee aan te merken als verschaffers van risicodragend kapitaal. Een gelijkstelling met de certificaathouder is op zijn plaats.