Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 561
EHRM, 09-03-2006, nr. 66820/01
EHRM 09-03-2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0309JUD006682001
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
9 maart 2006
- Magistraten
Zupančič, Hedigan, Tsatsa-Nikolovska, Zagrebelsky, Gyulumyan, Thór Björgvinsson, Ziemele
- Zaaknummer
66820/01
- LJN
AY5273
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2006:0309JUD006682001, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 09‑03‑2006
- Wetingang
EVRM art. 5
Essentie
Svipsta tegen Letland.
Schending art. 5 lid 1.
De voorlopige hechtenis heeft geen wettelijke grondslag in de periode tussen de afloop van een rechterlijk bevel tot detentie en vóór het afgeven van een nieuw rechterlijk bevel om klager in detentie te houden. In de tussenliggende periode berustte de detentie op een bepaling uit de nationale wetgeving die bepaalt dat de tijd waarin de beschuldigde kennis neemt van processtukken niet is begrepen bij de berekening van de termijn waarvoor de detentie is bevolen. De betreffende bepaling is onverenigbaar met het legaliteitsvereiste omdat de bewoordingen voldoende vaag zijn om twijfel te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.