Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.5.2:6.6.5.2 Vorige gewone verblijfplaats
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.5.2
6.6.5.2 Vorige gewone verblijfplaats
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS431765:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorts laat zich het geval bedenken waarin de bevoegde rechter van een lidstaat zich forum non conveniens acht ten gunste van de gerechten van een andere lidstaat alwaar het kind voordien, bijvoorbeeld één jaar geleden, zijn gewone verblijfplaats had (art. 15 lid 3 sub b). Dat kan zich voordoen als de Nederlandse rechter bevoegd is op basis van de recentelijk in Nederland gevestigde gewone verblijfplaats van het kind (art. 8 lid 1), terwijl de rechter van de lidstaat waar het kind voordien jarenlang heeft gewoond zich in een geschiktere positie bevindt om van de zaak kennis te nemen.
Ook is denkbaar dat de Nederlandse rechter als gerecht van de nieuwe gewone verblijfplaats van het kind in een verzoek tot wijziging van het omgangsrecht de zaak verwijst naar het gerecht van de lidstaat van de vorige gewone verblijfplaats van het kind dat de oorspronkelijke omgangsregeling heeft getroffen. Hiermee kan worden bewerkstelligd dat de rechter die oorspronkelijk heeft beslist over de omgangsregeling zich, ook in gevallen die buiten het bereik van art. 9 vallen (bijvoorbeeld omdat het wij zigingverzoek is ingesteld na de drie-maanden-termijn van art. 9), alsnog uitlaat over de wijziging van diezelfde regeling.