Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.5.3:6.6.5.3 Kinderontvoering
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.5.3
6.6.5.3 Kinderontvoering
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS431778:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een forum non conveniens-verwijzing op de voet van art. 15 is ook mogelijk in gevallen van kinderontvoering. De rechter zal hierbij grote terughoudendheid in acht moeten nemen. Het is denkbaar dat het gerecht van de lidstaat waar het kind onmiddellijk voor de ontvoering zijn gewone verblijfplaats had bevoegd blijft op basis van art. 10, maar de rechter het in het belang van het kind acht om de zaak te verwijzen naar een gerecht in een andere lidstaat. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld de gerechten van de lidstaat waarvan het kind onderdaan is, waar het zijn nieuwe gewone verblijfplaats heeft of waar een van de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen zijn gewone verblijfplaats heeft (art. 15 lid 3 sub c, sub d).