De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.3.3.1:3.3.3.1 Het baatbeginsel als beginpunt
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.3.3.1
3.3.3.1 Het baatbeginsel als beginpunt
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS399969:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien we spreken over een meest ideale verdeling van heffingsbevoegdheden lijkt het baatbeginsel een goed beginpunt te vormen. De gedachte dat een land dat voorzieningen verstrekt aan rechtssubjecten hiervoor ook iets zou moeten terugkrijgen in de vorm van een bijdrage aan de financiën is algemeen aanvaard. Het ligt, zoals we hiervoor hebben gezien, ten grondslag aan de contracttheorie en de vergoedingstheorie en vormt mijns inziens een element van de soevereiniteitstheorie. Het baatbeginsel doet tevens recht aan de gedachten die in onze samenleving bestaan over rechtvaardigheid. Een heffing die een land oplegt, omdat het voorzieningen verstrekt aan het betreffende rechtssubject zal door het desbetreffende rechtssubject en door de samenleving als geheel niet als onrechtvaardig worden ervaren. Het gaat hierbij slechts om het feit dat men belasting moet betalen en niet om de vraag hoeveel. De hoeveelheid belasting die een rechtssubject moet betalen en ook de hoeveelheid belasting in verhouding tot de belastingen die anderen moeten betalen, zal, zo moge bekend zijn, wel op enige mate van protest kunnen rekenen. In het vervolg van deze paragraaf zal het baatbeginsel als uitgangspunt worden genomen en wordt vanuit dit perspectief bezien op welke wijze de heffingsbevoegdheden in een omzetbelasting het beste verdeeld zouden kunnen worden. Voordat aan deze vraag kan worden toegekomen, zal allereerst worden aangegeven welke uitleg in dit verband aan het baatbeginsel moet worden toegekend. Er blijken namelijk in de literatuur verschillende betekenissen aan het baatbeginsel te worden toegekend. Vervolgens wordt de uitgebreide theorie van Musgrave over een rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden tussen landen besproken. Het baatbeginsel vormt een van de pijlers van haar theorie. Ten slotte wordt aan de hand van een aantal mogelijke heffingsaanknopingspunten in de omzetbelasting toegekomen aan de vraag hoe een verdeling van heffingsbevoegdheden er in een omzetbelasting in zijn meest ideale vorm zou uitzien. Omdat het bij de heffing van omzetbelasting gaat om een belasting die van die consumenten moet worden geheven die gebruikmaken van voorzieningen die een land verstrekt, zal in het vervolg van deze paragraaf steeds worden gesproken van een consumptiebelasting. Het indirecte karakter van deze belasting en derhalve de positie van de ondernemer blijft in deze paragraaf buiten beschouwing. Slechts op die wijze kan zuiver naar de positie van de consument worden gekeken, het beoogde heffingssubject. De ondernemer zal zijn entree maken wanneer de ndere uitgangspunten, waaronder het neutraliteitsbeginsel en de administratieve eenvoud voor de ondernemer, onder de loep worden genomen.