Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.6:5.2.6 Correctiemechanisme
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.6
5.2.6 Correctiemechanisme
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de leden 4 tot en met 8 van artikel 2 Wet HOF is het correctiemechanisme uitgewerkt. Volgens artikel 3 lid 2Fiscal Compact houdt de regel van begrotingsevenwicht namelijk niet alleen in dat er sprake moet zijn van een begrotingssituatie van evenwicht of overschot dat tot uiting komt in de landenspecifieke middellange termijndoelstelling, maar ook dat er een mechanisme in werking dient te treden dat garandeert dat afwijkingen van de middellange termijndoelstelling ‘automatisch’ worden gecorrigeerd (artikel 3 lid 1 sub e Fiscal Compact) door middel van het opstellen van een correctieplan.1 In uitzonderlijke omstandigheden mogen lidstaten afwijken van de geldende middellange termijndoelstelling zonder dat het correctiemechanisme in werking treedt (artikel 3 lid 2 onder c Fiscal Compact) – de zogenoemde ontsnappingsclausule. Wanneer de ‘uitzonderlijke omstandigheid’ en het beroep op de ontsnappingsclausule vervalt, dient het correctiemechanisme alsnog te worden geactiveerd en dient er een correctieplan te worden opgesteld.2
Artikel 3 lid 2 Fiscal Compact vermeldt daarnaast dat de ‘prerogatieven van de nationale parlementen ten volle worden geëerbiedigd’ in dergelijke correctiemechanismen. De onafhankelijke toezichthoudende organen geven daarnaast een oordeel over de inwerkingtreding van de omstandigheden waaronder het correctiemechanisme in werking treedt, de voortgang van de correctieplannen en de inwerkingtreding, verlenging en afsluiting van de ontsnappingsclausules.3 Verankering van het correctiemechanisme vindt plaats op basis van de door de Commissie opgestelde gemeenschappelijke beginselen.4 Deze gemeenschappelijke beginselen hebben ook betrekking op de taak en onafhankelijkheid van de instellingen die op nationaal niveau verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de regel van begrotingsevenwicht en omvatten de essentiële functies die deze instanties in ieder geval zouden moeten uitoefenen.
Over het correctiemechanisme is het volgende opgenomen in de Wet HOF. Volgens de Wet HOF worden er door de betreffende minister ‘adequate uitgavenbeperkende en/of inkomstenverhogende’ maatregelen genomen als door de Minister van Financiën wordt vastgesteld dat het gevoerde trendmatig begrotingsbeleid niet leidt tot het respecteren van de normen of aanbevelingen zoals neergelegd in het derde lid van artikel 2 Wet HOF (artikel 2 lid 4 Wet HOF). Deze ‘adequate uitgavenbeperkende en/of inkomstenverhogende’ maatregelen worden in ieder geval genomen als ‘de daartoe bevoegde instelling van de Europese Unie’, waarmee gedoeld wordt op de Raad, tot het oordeel komt dat het gevoerde begrotingsbeleid van Nederland niet leidt tot het respecteren van de vastgestelde middellange termijndoelstelling voor het structurele EMU-saldo en het hiertoe een aanbeveling doet. In het geval dat de Raad een significante afwijking constateert van het structurele tekort, dienen de corrigerende maatregelen qua budgettaire omvang en qua tijd in overeenstemming te zijn met de aanbeveling van de Raad (artikel 2 lid 5 Wet HOF). De maatregelen die worden genomen ter uitvoering van de aanbeveling van de Raad worden vervolgens door de Minister van Financiën opgenomen in een herstelplan. Dit plan wordt, na advies van de Raad van State (artikel 2 lid 8 Wet HOF), in een budgettaire nota aangeboden aan de Staten-Generaal (artikel 2 lid 6 Wet HOF). De Staten-Generaal wordt in ieder geval jaarlijks in de Miljoenennota geïnformeerd over de uitvoering van dit herstelplan (artikel 2 lid 7 Wet HOF).
Overigens waren ten tijde van de opstelling van de memorie van toelichting, waarover de Raad van State heeft geadviseerd, de gemeenschappelijke beginselen nog niet gepubliceerd door de Commissie. Nadat deze beginselen zijn verschenen, is artikel 2 lid 5 Wet HOF aangepast en zijn de leden 6 tot en met 8 toegevoegd aan artikel 2 Wet HOF om deze principes wettelijk te verankeren. Ook is de memorie van toelichting aangepast om aan te geven hoe in de Wet HOF wordt voldaan aan de beginselen van de Commissie. De Raad van State heeft over deze wijzigingen niet meer geadviseerd.5
Met de verplichting in de Wet HOF voor de Minister van Financiën om een herstelplan op te stellen als de Raad een significante afwijking van het structureel tekort constateert wordt een nieuwe procedure in de begrotingscyclus geïntroduceerd. Vervolgens bestaat de verplichting om deze nota aan te bieden aan de Kamers en de Kamers jaarlijks te informeren over het herstelplan alsook om hierover advies te vragen aan de Raad van State.
5.2.6.1 Ontsnappingsclausule