Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.7.1
10.7.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258415:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
International Chamber of Commerce, Transfer Pricing and Customs Valuation – 2015 Document No. 180/104-536, February 2015 en J.M. Salva, Customs Valuation and Transfer Pricing: ICC Proposals, EC Tax Review 2016(5/6), p. 349.
Zoals een waarnemer tijdens de 45ste vergadering van de Technische commissie douanewaarde van de WDO (23-25 oktober 2017) opmerkte: “[…] it would be helpful to have as many instruments as possible on the intersection of Transfer Pricing and Customs Valuation to provide further guidance to Customs authorities and traders.”
Aangezien de Europese Unie lid is van de WHO, is de CVA bindend jegens de Europese Unie (onderdeel 4.3.2). De Europese Unie mag derhalve geen wetgeving vaststellen die de werking van de CVA aantast. Mocht zij dat wel doen, dan kunnen andere WHO-leden een klacht bij de DSB indienen. Daar lijkt zelfs ruimte voor te bestaan als het een kwestie betreft rondom de vaststelling van de douanewaarde op de vaststelling van interne verrekenprijzen. Zie onderdeel 10.4.2.3 en L. Bastin, Transfer Pricing and the WTO, Journal of World Trade 48(1), p. 73-80.
International Chamber of Commerce, Transfer Pricing and Customs Valuation – 2015 Document No. 180/104-536, February 2015, p. 2.
De meest verstrekkende wijze om de afstemming van de vaststelling van de douanewaarde op de vaststelling van interne verrekenprijzen nader op elkaar af te stemmen, is het ontwikkelen van een gezamenlijk waarderingssysteem. Zoals reeds in onderdeel 10.2.2 uiteengezet, lijkt dat (op de korte termijn) niet haalbaar, omdat het de aanpassing van de CVA en OESO-richtlijnen verlangt. Daarnaast, zoals de Internationale Kamer van Koophandel terecht opmerkt, kan de afstemming reeds worden bewerkstelligd zonder dat de CVA en OESO-richtlijnen worden aangepast.1 Dat neemt niet weg dat de WDO kan voorzien in meer instrumenten waarin procedurele en materiële voorwaarden zijn opgenomen waaraan voldaan moet zijn om i) verrekenprijsdocumentatie te gebruiken in het kader van het onderzoek naar de omstandigheden van de verkoop, en ii) wanneer retroactieve verrekenprijsaanpassingen in aanmerking genomen mogen worden voor het definitief vaststellen van de douanewaarde.2
Daarnaast kan in Europeesrechtelijk verband nadere afstemming van de vaststelling van de douanewaarde op de vaststelling op interne verrekenprijzen worden bewerkstelligd door het DWU-wetgevingspakket op bepaalde punten aan te passen binnen de bandbreedtes van de CVA en, waar nodig, door beleid uit te vaardigen om zorg te dragen dat de douanerechtelijke bepalingen uniform worden uitgelegd.3 Om de neutraliteit en eenvoud in de uitvoering van de douanewaardebepalingen te behouden, moet daarbij rekening worden gehouden dat niet alle ‘faciliteiten’ voor elke onderneming toe te passen zijn. De administratieve lasten die gemoeid gaan bij het aanvraagproces van een gecombineerde APA/BWI (onderdeel 10.7.3) zijn bijvoorbeeld te zwaar voor het midden- en kleinbedrijf en ondernemingen die slechts bij uitzondering goederen importeren. Derhalve is het aanvragen van een gecombineerde APA/BWI in mijn voorstel niet als verplichting opgenomen om de douanewaarde af te stemmen op interne verrekenprijzen.4
Samengevat bestaat het voorstel uit de volgende aanbevelingen:
Introduceren van wettelijke bepalingen die expliciet de mogelijkheid openen om verrekenprijsdocumentatie aan te wenden om aan te tonen dat de prijs niet door de verbondenheid van partijen is beïnvloed en daaraan de verplichting koppelen dat interne verrekenprijsaanpassingen in aanmerking genomen moeten worden voor de definitieve vaststelling van de douanewaarde.
De aangever moet de mogelijkheid krijgen om een BWI aan te vragen, waarbij de mogelijkheid om een gezamenlijk APA/BWI-verzoek in te dienen gestimuleerd moet worden.
Nieuw commentaar over het gebruik van verrekenprijsdocumentatie en het in aanmerking nemen van verrekenprijsaanpassingen.
In het hiernavolgende worden de voorstellen I, II en III nader toegelicht in respectievelijk de onderdelen 10.7.2, 10.7.3 en 10.7.4.