Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie
Einde inhoudsopgave
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/3.3.1:3.3.1 Redenen omtrent opsporing en vervolging
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/3.3.1
3.3.1 Redenen omtrent opsporing en vervolging
Documentgegevens:
Dr. W. Geelhoed LL.M., datum 19-09-2013
- Datum
19-09-2013
- Auteur
Dr. W. Geelhoed LL.M.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 2.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet verleent het om de bevoegdheid van vervolging af te zien (ook) op gronden aan het algemeen belang ontleend (artikel 167 lid 2 en 242 lid 2 Sv). Dezelfde term wordt gebruikt in de beklagprocedure, waarin het Gerechtshof een bevel tot vervolging achterwege kan laten op gronden aan het algemeen belang ontleend (artikel 12i lid 2 Sv). Deze term wordt in de wet niet verder ingevuld: uit de aanvaarding van het opportuniteitsbeginsel vloeit voort dat de waardering van het algemeen belang geen taak is van de wetgever, maar van de met opsporing en vervolging belaste instanties. In deze paragraaf staat centraal wat dit algemeen belang in de stafrechtelijke handhavingspraktijk inhoudt.
Bij beslissingen omtrent strafrechtelijke handhaving kan het algemeen belang twee verschillende verschijningsvormen aannemen. Dit volgt uit het onderscheid tussen negatieve en positieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel. In een negatieve interpretatie fungeert het algemeen belang als grond om strafrechtelijke handhaving achterwege te laten, terwijl in een positieve interpretatie het algemeen belang geldt als noodzakelijke voorwaarde om tot de inzet van het strafrecht over te gaan. Deze spiegelbeeldige rollen zijn te herkennen in de uitwerking die het algemeen belang in de strafrechtelijke handhaving heeft gekregen.
Desondanks is de ruimte die de wet laat zeer groot. Hoe wordt deze ruimte in de praktijk nu verder ingevuld? Bij een negatieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel gebeurt dat door allerlei omstandigheden aan te merken als redenen om een uitzondering te maken op de regel dat overtredingen van de strafwet moeten worden vervolgd. Deze redenen om niet te vervolgen, maar te seponeren worden door het om als sepotgronden aangeduid, gecategoriseerd, en geadministreerd. De lijsten die het om heeft opgesteld kunnen mede dienen voor een statistische analyse van de gebruikte sepotgronden, waardoor een beeld verkregen kan worden van het relatieve belang van de verschillende redenen. Verder geven de toelichtingen bij de verschillende sepotgronden een beeld van de inhoud die het om aan het concept van het algemeen belang toeschrijft.
Wanneer een positieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel wordt aanvaard, fungeert het algemeen belang niet als uitzonderingsgrond, maar juist als voorwaarde voor vervolging. Het krijgt daarmee ook een andere invulling. Omdat bij deze interpretatie veel afhangt van het opportuniteitsoordeel, wordt daaraan in de literatuur een uitgewerkte theoretische basis ten grondslag gelegd. Het algemeen belang valt in die visie samen met de taak van het om: bij een positieve interpretatie neemt het taakcriterium de rol van richtinggevend element voor de rechtshandhaving over van het materiële strafrecht. Als abstract concept is die taak al aan de orde geweest in het vorige hoofdstuk.1 Het om geeft daaraan een meer concrete invulling door in beleidsinstrumenten op te nemen in welke gevallen het de inzet van het strafrecht geboden acht, en in welke gevallen niet.