Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/3.3.2.1
3.3.2.1 Inleiding
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254032:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Faber & Vermunt, in: Financiering van de productieketen 2019, par. 3.1: “(…) partijen [kunnen] bij de vestiging (of naderhand) aan pand- of hypotheekrechten een gelijke rang toekennen.”
Vgl. Faber & Vermunt, in: Financiering van de productieketen 2019, par. 3.1: “Het fenomeen van gelijkgerangschikte zekerheidsrechten is minder uitzonderlijk dan wel wordt gedacht.”
Vgl. Faber & Vermunt, in: Financiering van de productieketen 2019, par. 3.1: “(…) partijen [kunnen] bij de vestiging (of naderhand) aan pand- of hypotheekrechten een gelijke rang toekennen.”
297. In deze paragraaf worden twee situaties onderscheiden. In de eerste plaats kan een rangwijziging bij de vestiging van een beperkt recht aan de orde zijn, terwijl op het goed reeds een beperkt recht rust. Bij de vestiging van een tweede beperkt recht bestaat bijvoorbeeld de wens om dit beperkte recht in rang voor het reeds gevestigde beperkte recht te laten gaan. Uiteraard is ook denkbaar dat bij de vestiging van een derde beperkt recht de wens bestaat om dit beperkte recht in rang voor het als tweede gevestigde beperkte recht te laten gaan of zelfs in rang voor het als eerste gevestigde beperkte recht. Op dezelfde manier kan bij de vestiging van een vierde, vijfde etc. beperkt recht de wens van een rangwijziging bestaan. Het is ook denkbaar dat een beperkt recht niet in rang voor een ander beperkt recht moet komen, maar dat het tweede (of derde, vierde etc.) beperkte recht gelijk in rang moet komen met een reeds op het goed rustend beperkt recht.1 Ik bespreek in paragraaf 3.3.2.2 de mogelijkheid van een rangwijziging bij de vestiging van een tweede (of derde, vierde etc.) beperkt recht.
298. In de tweede plaats kan een rangwijziging bij de gelijktijdige vestiging van twee (of meer) beperkte rechten aan de orde zijn. De prioriteitsregel kan bijvoorbeeld meebrengen dat een gelijktijdige vestiging leidt tot twee (of meer) beperkte rechten gelijk in rang, terwijl partijen dat niet wensen.2 Ook is denkbaar dat de prioriteitsregel bij een gelijktijdige vestiging toch niet leidt tot een vestiging van twee (of meer) beperkte rechten gelijk in rang, terwijl partijen dat wel wensen.3 In paragraaf 3.3.2.3 ga ik in op de mogelijkheid van een rangwijziging bij de gelijktijdige vestiging van twee (of meer) beperkte rechten.