Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/4.2
4.2 Repressieve ontslagprocedures
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS360674:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Ik ben mij ervan bewust dat het onderscheid tussen preventieve en repressieve ontslagprocedures soms wringt. Denk aan de procedure tot doorbreking van het rechtsmiddelenverbod ex art. 7:685 lid 11 BW, de eventueel daarna volgende hoger beroepsprocedure tegen de ontbindingsbeschikking, het instellen van een buitengewoon rechtsmiddel tegen de ontbindingsbeschikking (herroeping art. 382 jo 390 Rv) of een vordering uit art. 31 Rv tot herstel van een kennelijke fout in de ontbindingsbeschikking die zich voor eenvoudig herstel leent. Deze procedures merk ik niet aan als repressieve procedures. Het zijn procedures die in het verlengde liggen van de preventieve ontslagprocedure. Zie voor deze procedures hoofdstuk 6.
Ik besteed hier geen aandacht aan de mogelijkheid zoals door mij bepleit in hoofdstuk 5 tot het inroepen van de nietigheid van de ontslagvergunning, om op die wijze de (ver)nietig(baarheid) van het ontslag te bewerkstelligen dan wel de mogelijkheid tot het inroepen van de nietigheid van de opzegging wegens misbruik van bevoegdheid. Deze vorderingen zijn uitsluitend uit het oogpunt van art. 6 EVRM bepleit en het is vooralsnog onduidelijk of de Hoge Raad deze vorderingen als zodanig zal accepteren.
Zie over deze mogelijkheid § 6.7.
Naast de preventieve UWV-procedure in het kader van art. 6 BBA en de ontbindingsprocedure kent het Nederlandse stelsel ook repressieve ontslagprocedures. Onder deze repressieve procedures versta ik in het kader van dit onderzoek de procedures die achteraf, dat wil zeggen, na de feitelijke opzeggingshandeling of de ontbinding door de rechter, gevoerd kunnen worden en waarin een toetsing van de opzegging door de werkgever respectievelijk de ontbinding door de rechter centraal staat.1 Daarbij maak ik onderscheid tussen enerzijds repressieve procedures die gevoerd worden na een beroep op een vernietigingsgrond van de opzegging door de werknemer en anderzijds repressieve procedures waarbij geen vernietigingsgrond in het geding is en slechts schadevergoeding en/of herstel van de arbeidsovereenkomst kan worden gevorderd.2
Kiest de werkgever voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst dan zijn nauwelijks repressieve procedures/vorderingen mogelijk. Denkbaar is een procedure uit onrechtmatige daad jegens de Staat.3
4.2.1 Repressieve procedures in verband met vernietiging van de opzegging4.2.2 Repressieve procedures gericht op het verkrijgen van schadevergoeding of herstel