Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/3.2.3
3.2.3 De conflictrechtelijke deelvraag
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS430762:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ik volsta met een verwijzing naar § 4.2 van Van Solinge 1994 en de daar opgenomen verwijzingen.
Van Solinge 1994, p. 163.
Van Solinge 1994, p. 163-168.
Ook van Solinge dicht een belangrijke status aan de notaris toe. Een notariële akte wordt door hem (terecht) zwaarder gewaardeerd dan een onderhandse akte. Zie Van Solinge 1994, p. 165.
Van Solinge 2003, p. 36.
Vlas 2002.
Zilinsky 2007, p. 683-684
Art. 4.1.b. Richtlijn GOF.
Zie hierover ook Van Eek & Roelofs 2008, p. 86.
In de aanloop naar zijn eigen visie geeft Van Solinge een heldere weergave van een aantal belangrijke uitgangspunten uit een opstel van Gnther Beitzke uit 1966.1 De conclusie van Beitzke, zo leert Van Solinge ons, is dat op een grensoverschrijdende fusie de rechtsstelsels van alle betrokken vennootschappen van toepassing moeten zijn.2 De vereniging van alle betrokken vennootschapsstatuten mag echter niet leiden tot een opeenstapeling van toepasselijke rechtsnormen. Van Solinge maakt ter analysering van de toepasselijke statuten een onderscheid in drie fasen en verbindt daaraan de volgende conclusies.3
De voorwaarden voor een grensoverschrijdende fusie worden voor elk van de betrokken vennootschappen bepaald door het eigen vennootschapsstatuut;
De fusieprocedure wordt in beginsel eveneens beheerst door het vennootschapsstatuut van elke aan de fusie deelnemende vennootschap waarbij geldt dat wat betreft de vorm van de fusieovereenkomst de vennootschapsstatuten moeten worden gecumuleerd, waarbij het strengste voorschrift prevaleert;4
De gevolgen van de fusie dienen door cumulatie van de betrokken vennootschapsstatuten te worden beheerst. De vennootschap die na de fusie resteert, zal slechts door het eigen vennootschapsstatuut kunnen worden beheerst, maar daar waar de regeling van de interne fusie niet voldoende bescherming biedt aan de betrokken personen bij de grensoverschrijdende fusie dienen die regels te worden aangevuld.
De conflictrechtelijke deelvraag wordt volgens Beitzke beantwoord door als uitgangspunt te nemen dat het cumulatieve stelsel moet worden toegepast. Dat uitgangspunt heeft veel bijval gekregen in de literatuur. Van Solinge,5 Vlas6 en Zilinsky7 gaan van een cumulatieve toepassing uit. Dit stelsel is ook terug te vinden in de Richtlijn GOF.8' 9
Welke regels op de grensoverschrijdende fusie van toepassing zijn hoeft pas te worden onderzocht op het moment dat vaststaat dat er gefuseerd kan worden.