Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/3.2.4:3.2.4 De toelaatbaarheidsvraag
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/3.2.4
3.2.4 De toelaatbaarheidsvraag
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS430735:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Solinge 1994, p. 171.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Terecht merkt Van Solinge op dat de hoofdvoorwaarde voor een grensoverschrijdende fusie is dat alle betrokken vennootschapsstatuten haar toestaan. Het recht dat een vennootschap beheerst, bepaalt of zij grensoverschrijdend kan fuseren. De beantwoording van de toelaatbaarheidsvraag moet in het nationale recht worden gezocht.1
Voor fusies die vallen onder het bereik van de SE Verordening en de Nederlandse wet zoals die luidt sinds de implementatie van de Richtlijn GOF is die vraag snel beantwoord. Een fusie op basis van de SE Verordening is mogelijk voor de NV (en de SE als species van deze rechtsvorm) mits het betreft een fusie met rechtspersonen van het NV-type in de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.
Ook de fusie van een NV of een BV met andere kapitaalvennootschappen uit de Europese Economische Ruimte is sinds de implementatie van de Richtlijn GOF mogelijk.
Toch is de toelaatbaarheidsvraag (nog steeds) van belang voor de vraag of een grensoverschrijdende fusie mogelijk is wanneer daar een andere rechtspersoon dan de NV of de BV bij betrokken is, of wanneer het een fusie betreft waarbij weliswaar een NV of een BV betrokken is maar bij welke fusie kapitaalvennootschappen betrokken zijn uit andere landen dan die welke lid zijn van de Europese Economische Ruimte.