Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/2.1.5:2.1.5 De acht dagen van de Algemene Asielprocedure
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/2.1.5
2.1.5 De acht dagen van de Algemene Asielprocedure
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180171:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Böcker, Grütters, Laemers, Strik, Terlouw en Zwaan 2014, p. 37. Zie voor meer informatie over dag -1 daarnaast: Terlouw en Zwaan 2011, p. 353.
Artikel 3.109(2) Vb.
RvdR 2012, p. 28.
Artikel 3.113(2) Vb.
Artikel 3.113(4) Vb.
Artikel 3.114(1) Vb.
Artikel 3.114,2) Vb.
ACVZ 2016, p. 28.
Artikel 3.114(6) Vb.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De AA kent acht stappen. Iedere stap wordt binnen één werkdag voltooid. In deze paragraaf beschrijf ik deze stappen. Voorafgaand aan dag één wordt de asielzoeker door zijn advocaat voorbereid op de asielprocedure. Dit wordt ook wel dag -1 genoemd.1 Dit gesprek hoeft echter niet noodzakelijkerwijs exact één dag voor de start van de asielprocedure plaats te vinden, dat kan ook enkele dagen of weken daarvoor zijn. Hieronder beschrijf ik per dag welke informatie door welke IND-medewerkers wordt verzameld of gekwalificeerd.
Dag 1: Het eerste gehoor
De inhoudelijke behandeling van het asielverzoek begint pas echt bij het eerste gehoor. Het eerste gehoor is een gesprek tussen de asielzoeker en een hoormedewerker van de IND. Het gesprek wordt gevoerd in aanwezigheid van een tolk. Ook kan op verzoek van de asielzoeker een hulpverlener van Vluchtelingenwerk Nederland of een advocaat aanwezig zijn. Het doel van het gesprek is om informatie te verzamelen over de identiteit, reisroute, nationaliteit en herkomst van de asielzoeker. Als de IND de identiteit en herkomst van de asielzoeker niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen op basis van de (onderzochte) identiteits- en reisdocumenten die hij bij de registratie of het aanmeldgehoor aan de IND heeft overhandigd, stelt de hoormedewerker hierover aanvullende vragen zodat deze elementen alsnog kunnen worden vastgesteld. Dit soort vragen worden herkomstvragen genoemd. Ook wordt de asielzoeker in de gelegenheid gesteld aanvullende documenten te overhandigen die hij tijdens zijn RVT heeft verzameld. Tijdens het eerste gehoor vraagt de hoormedewerker niet alleen informatie om de identiteit, herkomst en reisroute van de asielzoeker vast te stellen. Hij stelt ook vragen over persoonlijke kenmerken van de asielzoeker, zoals zijn religie en de bevolkingsgroep waartoe hij behoort, welke familieleden nog in leven zijn, of hij getrouwd is en of hij kinderen heeft. Daarnaast stelt de hoormedewerker vragen over het opleidingsniveau en diploma’s van de asielzoeker en naar zijn werkervaring.
De hoormedewerker stelt uitdrukkelijk geen vragen over de asielmotieven van de asielzoeker. Het eerste gehoor schept wel het kader voor de IND-medewerker waarbinnen het asielrelaas, dat de asielzoeker in het volgende gehoor doet, moet worden geplaatst.
De hoormedewerker maakt voor het eind van dag 1 een rapport op van het eerste gehoor, dat hij verzendt naar de advocaat van de asielzoeker.
Dag 2: Correcties en aanvullingen op het eerste gehoor
Op dag 2 van de asielprocedure bespreekt de asielzoeker het rapport van het eerste gehoor met zijn advocaat. De advocaat geeft eventuele wijzigingen of aanvullingen op dezelfde dag nog door aan de IND. Daarnaast bereidt de advocaat op deze dag de asielzoeker voor op het nader gehoor dat de volgende dag zal plaatsvinden.2 Deze voorbereiding dient om:
De asielzoeker uit te leggen dat het nader gehoor en het gesprek met de advocaat waarschijnlijk de enige mogelijkheden zijn om het asielverzoek in voldoende mate toe te lichten; en
De advocaat inzicht te geven in de vluchtmotieven.3
De kwaliteit van de voorbereiding van de asielzoeker en van de correcties en aanvullingen is dus sterk afhankelijk van de kwaliteit van zijn advocaat en de tijd die de advocaat heeft om het rapport van het gehoor te bespreken.
Dag 3: Het nader gehoor
Op de derde dag van de asielprocedure krijgt de asielzoeker de gelegenheid om in een gesprek met een hoormedewerker van de IND te vertellen waarom hij is gevlucht uit zijn land van herkomst.4 Tijdens het nader gehoor staan dus zijn asielmotieven centraal. Ook bij dit gesprek is een tolk aanwezig en kan een vrijwilliger van Vluchtelingenwerk Nederland of de advocaat van de asielzoeker aanwezig zijn. Op basis van dit gehoor beoordeelt de beslismedewerker van de IND in combinatie met wat de IND bekend is over de situatie in het land van herkomst de gegrondheid van het asielverzoek. Het nader gehoor verloopt grotendeels vormvrij. De hoormedewerker stelt een aantal standaard vragen die in het format waarvan de hoormedewerker gebruik maakt, zijn voorgeschreven. De kern van het gesprek vormt het zogenoemde ‘vrije relaas’. De asielzoeker krijgt de gelegenheid om in zijn eigen woorden te vertellen waarom hij zijn land van herkomst heeft verlaten. De hoormedewerker gebruikt dit verhaal vervolgens als startpunt om het verhaal verder ‘uit te vragen’. De standaardvragen die de hoormedewerker stelt, zien op de verschillende vervolgingsgronden van het Vluchtelingenverdrag. Het stellen van die vragen moet waarborgen dat de asielzoeker de gelegenheid heeft om in te gaan op al zijn mogelijk relevante problemen die door de IND kunnen worden gerelateerd aan een vervolgingsgrond.
Dag 4: correcties en aanvullingen
Ook op het rapport van het nader gehoor, kunnen door de asielzoeker en zijn advocaat correcties en aanvullingen worden aangebracht.5 Het doel hiervan is hetzelfde als dat van de gelegenheid voor de correcties en aanvullingen op het eerste gehoor.
Dag 5: Voornemen
Op dag 5 neemt een beslismedewerker van de IND de eerste (voorlopige) beslissing op het asielverzoek. Dit is het eerste moment waarop de IND de informatie die is verzameld (formeel) gaat kwalificeren. Op basis daarvan kan de beslismedewerker op dag 5 besluiten om de aanvraag in te willigen, een voornemen tot afwijzing te schrijven of om het asielverzoek door te sturen naar de verlengde asielprocedure omdat aanvullend onderzoek nodig is. Als de beslismedewerker besluit om het asielverzoek in de algemene asielprocedure af te wijzen, wordt op deze dag het voornemen daartoe schriftelijk uitgereikt aan de asielzoeker.6 Als de beslismedewerker het asielverzoek inwilligt, wordt op deze dag het inwilligende besluit opgemaakt, dat de volgende dag aan de asielzoeker wordt uitgereikt.
Dag 6: Zienswijze
Op de zesde dag van de asielprocedure kan de asielzoeker zijn zienswijze op het voornemen om het asielverzoek af te wijzen kenbaar maken.7 De functie van de zienswijze is de asielzoeker de mogelijkheid te geven om met bijstand van zijn advocaat in te gaan op de argumentatie van de IND en om alle relevante elementen bij de geloofwaardigheidsbeoordeling te kunnen betrekken en alle belangen van de asielzoeker mee te kunnen wegen.8
Dag 7&8: Het besluit
Op dag 7 neemt een beslismedewerker van de IND namens de staatssecretaris het definitieve besluit nadat hij heeft beoordeeld of de zienswijze aanleiding geeft om het voornemen aan te passen. Op dag 8 reikt de IND het definitieve besluit uit aan de asielzoeker.9 Tegen een afwijzend besluit kan de asielzoeker via zijn advocaat beroep aantekenen bij de rechtbank Den Haag.
De algemene asielprocedure kan tot vijf uitkomsten leiden. De aanvraag kan a) worden afgewezen, b) buiten behandeling worden gesteld, c) worden ingewilligd, d) de AA kan met maximaal zes dagen worden verlengd, of e) de aanvraag wordt verder behandeld in de Verlengde Asielprocedure.