Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4:4 Het algemeen bestuursrechtelijk en asielrechtelijk kader voor de feitenvaststelling in asielprocedures
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4
4 Het algemeen bestuursrechtelijk en asielrechtelijk kader voor de feitenvaststelling in asielprocedures
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180064:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk heb ik beschreven hoe de asielprocedure, waarbinnen de relevante feiten moeten worden vastgesteld en gekwalificeerd, verloopt. In dit hoofdstuk beschrijf ik het juridisch kader dat hierop van toepassing is. Het is niet mijn bedoeling om in dit hoofdstuk een uitputtende beschrijving van het juridisch kader te bieden, maar om de lezer voldoende houvast te geven om het handelen van de medewerkers van de IND dat ik in de volgende hoofdstukken beschrijf, in de juiste juridische context te kunnen plaatsen. Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen.
In het eerste deel ga ik in op het algemene Nederlandse bestuursrecht. In de Vreemdelingenwet 2000 is bepaald wie op welke gronden kan worden toegelaten tot Nederland. Het asielrecht is hiervan een onderdeel. De Vreemdelingenwet 2000 is een zogenoemde bijzondere wet, of ‘lex specialis’. Het asielrecht maakt in Nederland dus onderdeel uit van het bijzonder bestuursrecht. Het bijzonder bestuursrecht kan niet los worden gezien van en vindt steeds toepassing in samenhang met het algemeen deel. Besluitvorming door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wordt dus deels gereguleerd door het algemene bestuursrecht. Hierin is onder andere neergelegd aan welke formele eisen besluitvorming door een bestuursorgaan moet voldoen en aan welke eisen de totstandkoming van beschikkingen is onderworpen. Uit het bijzonder bestuursrecht kunnen aanvullende en afwijkende procedureregels voortvloeien. De bijzonder bestuursrechtelijke wetgeving deelt daarnaast de bestuursbevoegdheden toe, zoals de bevoegdheid om een vreemdeling op asielgronden toe te laten tot Nederland. In het bestuursrecht is het bestuur door de wetgever vaak bewust in min of meerdere mate vrij gelaten om te handelen. Zulke handelingsruimte wordt echter altijd beperkt door het doel van de aan het bestuursorgaan bedeelde bevoegdheden, door rechtsbeginselen en door ‘ander’ recht. Ook is die ruimte beperkt door de rechter, die er – binnen een concreet geschil – op basis van het bestuursprocesrecht op toeziet dat de besluitvorming door het bestuur rechtmatig is.
In het tweede deel van dit hoofdstuk ga ik in op het asielrecht. Daarbij concentreer ik me vooral op het nationale asielrecht, maar ook de internationale en Unierechtelijke normen waarop het nationale recht is gebaseerd, komen aan de orde. De beslissing wie in Nederland in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op asielgronden (hierna: asielvergunning) is immers gebaseerd op internationale en Unierechtelijke verplichtingen. Hierin staan internationale en Unierechtelijke normen over de wijze waarop moet worden vastgesteld wie voor een asielvergunning in aanmerking komt en de mate van zekerheid over de feiten die daarvoor is vereist.
4.1 Het algemene bestuursrechtelijk kader4.2 Het asielrechtelijk kader