Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.7.2:10.7.2 Voorstel I – Introduceren expliciete wettelijke bepalingen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.7.2
10.7.2 Voorstel I – Introduceren expliciete wettelijke bepalingen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258480:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door retroactieve verrekenprijsaanpassingen in aanmerking te nemen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde wordt zorggedragen dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen de werkelijk betaalde of te betalen prijs van de goederen reflecteert en daarmee wordt de vaststelling van fictieve of arbitraire waardes voorkomen (onderdeel 10.2.2). De wettelijke grondslag zou reeds gevonden kunnen worden in artikel 70, lid 1, DWU (voorheen artikel 29, lid 1, CDWU) waarin is opgenomen dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen bestaat uit de ‘werkelijk betaalde of te betalen’ prijs. Uit het Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München-arrest zou echter afgeleid kunnen worden dat het ontbreken van (nadere, expliciete) wettelijke bepalingen de reden vormt dat het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat retroactieve verrekenprijsaanpassingen onder het CDW niet in aanmerking genomen konden worden. Nu ook in het DWU geen wettelijke bepalingen zijn opgenomen die expliciet de mogelijkheid openen om retroactieve verrekenprijsaanpassingen in aanmerking te nemen, bestaat de kans dat het Hof van Justitie tot eenzelfde oordeel zou komen onder het DWU-wetgevingspakket.
Om die reden wordt in dit onderdeel een voorstel gedaan om nieuwe bepalingen aan het UDWU toe te voegen. De introductie van nieuwe bepalingen heeft tot doel om de uniformiteit van het douanewaardestelsel te waarborgen alsmede het gebruik van fictieve of arbitraire waardes bij intragroepstransacties uit te sluiten. De wettelijke bepalingen in het DWU-wetgevingspakket zouden ertoe moeten strekken dat onder voorwaarden retroactieve verrekenprijsaanpassingen in aanmerking genomen moeten worden. Dat geldt voor zowel neerwaartse verrekenprijsaanpassingen die tot een teruggaafpositie leiden alsook opwaartse verrekenprijsaanpassingen die tot een bijbetaling leiden voor zover de ingevoerde goederen met invoerrechten zijn belast. Het in aanmerking nemen van zowel opwaartse als neerwaartse verrekenprijsaanpassingen waarborgt de neutraliteit van het stelsel.
In artikel 134 UDWU staan bepalingen opgenomen over de vaststelling van de douanewaarde bij transacties tussen verbonden partijen. Dit lijkt derhalve de meest geëigende plaats om hierin de voorwaarden op te nemen waaronder interne verrekenprijsaanpassingen in aanmerking worden genomen voor de definitieve vaststelling van de douanewaarde. Aan dit artikel zouden een vijfde en zesde lid toegevoegd moeten worden waarin de voorwaarden staan genoemd waaronder retroactieve verrekenprijsaanpassingen in aanmerking genomen moeten worden. Gebaseerd op artikel 130 UDWU omtrent kortingen (onderdeel 7.3.8) en Memorandum D13-4-5 van de CBSA (onderdeel 10.4.3.2) zouden deze leden als volgt luiden:
Artikel 134 UDWU
Zonder afbreuk te doen aan de leden 2 en 3, worden goederen eveneens in overeenstemming met artikel 70, lid 1, van het wetboek gewaardeerd wanneer de aangever verrekenprijsdocumentatie beschikbaar heeft op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte waarin de interne verrekenprijzen zijn vastgesteld die betrekking hebben op de ingevoerde goederen. Indien de aangever op deze wijze aantoont dat de prijs niet door de verbondenheid van partijen is beïnvloed, is hij gehouden om latere aanpassingen aan deze interne op passende wijze in aanmerking te nemen voor het bepalen van de douanewaarde voor zover de gemaakte aanpassing invloed heeft op de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de ingevoerde goederen.
De in lid 5 bedoelde interne verrekenprijsaanpassingen worden gedurende het afrekeningstijdvak verrekend en het saldo wordt na afloop van het afrekeningstijdvak, doch binnen drie jaar na de datum waarop de douaneschuld is meegedeeld in aanmerking genomen voor het vaststellen van de werkelijk betaalde of te betalen prijs.
In artikel 1 UDWU zijn de definities opgenomen voor de toepassing van het UDWU. Voor de uniforme toepassing behoeft het begrip verrekenprijsdocumentatie nadere toelichting en voornoemd artikel lijkt daarvoor de meest geëigende plaatst. Voor het definiëren van het begrip verrekenprijsdocumentatie lijkt aansluiting bij documentatie die in lijn met de OESO-richtlijnen is opgemaakt het eenvoudigst en het sluit daarnaast aan bij de gebruiken uit de handelspraktijk. Immers, alle EU-lidstaten zijn lid dan wel volgen de OESO-richtlijnen (onderdeel 10.3.3). Derhalve zou aan artikel 1 DWU een vijftiende lid toegevoegd moeten worden dat luidt:
Artikel 1 UDWU
verrekenprijsdocumentatie: in de context van de douanewaarde, documentatie die in lijn met de OESO-richtlijnen is opgemaakt en waarin een vergelijkingsanalyse is uitgevoerd om de zakelijkheid van de prijzen van de ingevoerde goederen vast te stellen.
Dat neemt niet weg dat de zinssnede ‘in lijn met de OESO-richtlijnen’ ruimte biedt om ook verrekenprijsdocumentatie te accepteren die opgemaakt is in overeenstemming met bijvoorbeeld de VN-richtlijnen. Dit komt ten goede aan de rechtvaardigheid en neutraliteit van de douanewaardebepalingen. Het desondanks expliciet noemen van de OESO-richtlijnen biedt echter wel rechtszekerheid voor marktdeelnemers. Ik merk daarbij nog op dat het importeurs altijd vrij blijft staan om op grond van artikel 134, lid 1, UDWU andere gedetailleerde informatie te overleggen waaruit volgt dat de prijs niet is beïnvloed door de verbondenheid van partijen.
Een verdere toelichting op de uitwerking van voornoemde artikelen zullen in een nieuw commentaar opgenomen kunnen worden. Hier wordt in onderdeel 10.7.4 nader op ingegaan.