De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/31:31 De Amerikaanse visie op het verschil in bezoldigen
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/31
31 De Amerikaanse visie op het verschil in bezoldigen
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366566:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel de bezoldigingspraktijk in Europa en de VS verschilt, merken Taussig en Barker op dat het theoretische verschil tussen Europa en de Verenigde Staten in de praktijk niet zo groot is. De bestuurder is in Europa weliswaar direct afhankelijk van de verdiensten van de onderneming, maar de Amerikaanse bestuurder is evenmin geheel onafhankelijk van het wel en wee van zijn onderneming. In veel gevallen heeft de bestuurder in die tijd nog direct of indirect een aandeel in de onderneming, maar ook als hij geen aandeelhouder is, is zijn economische positie niet volledig onafhankelijk van de netto-inkomsten van de onderneming. Zijn aanstelling noch zijn salaris zijn immers absoluut en onvoorwaardelijk. Beide hangen af van zijn ‘good behavior’.
“Tho he is given time to show what he can do, there is a limit. He must make money for the corporation, and must make it on a scale corresponding to his salary; otherwise, sooner or later, he must go. In the long run, and in the last analysis, he is in a de facto profit-sharing position. At bottom his case is not entirely unlike that of the Continental executive with his tantième.”1
Ook de Amerikaanse bestuurder zit volgens Taussig en Barker op de lange termijn de facto dus in een winstdelende positie, onder meer vanwege de kans op ontslag bij onderpresteren.2