Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.2.8:5.2.8 Tussenstand
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.2.8
5.2.8 Tussenstand
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270030:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn heel wat leerstukken die raakvlak hebben met de theorie inzake hetzelfde feit. Er is een splitsing te maken in leerstukken die beogen te voorkomen dat hetzelfde feit dubbel wordt bestraft (hiernaar werd gerefereerd middels de term ex ante), en leerstukken welke achteraf trachten de samenloop te mitigeren (hiernaar werd gerefereerd middels de term ex post).
Onder de eerste categorie (ex ante) valt het ne bis in idem-beginsel, dat uitwerking vindt in art. 68 WvSr (niet twee keer strafrechtelijk), 5:43 Awb (niet twee keer bestuursrechtelijk), 4 van het 7de Protocol bij het EVRM en 50 van het EU-Handvest (niet twee keer punitief).
De internationale en Europese interpretatie (voor zover van toepassing gezien het feit dat het 7de Protocol niet is geratificeerd en het EU-Handvest slechts op Unierecht van toepassing is) van de bepalingen in deze artikelen leidt tot de volgende conclusie inzake ‘hetzelfde feit’-begrip:
Van een ‘verboden’ dubbele vervolging is sprake, wanneer de bestraffing is gebaseerd op identieke feiten of feiten die substantieel hetzelfde zijn als bij de eerste bestraffing;
Het gaat er om dat de materiële feiten dezelfde zijn, in die zin dat sprake is van een geheel van concrete omstandigheden die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
De volgende elementen maken een feit daarbij niet anders:
De nationaalrechtelijke kwalificatie van de feiten en van het beschermde rechtsgoed;
De subjectieve elementen binnen delictsomschrijvingen.
Het voordeel van een feitelijke toets is dat in hoge mate wordt voorzien in rechtsbescherming. Tegen toepassing van het feitelijk criterium kan worden tegengeworpen dat dit tot gevolg kan hebben dat wanneer het lichtste feit als eerste wordt vervolgd, een vervolging wegens het zwaardere feit nadien niet langer mogelijk is.
Op nationaal niveau wordt in de jurisprudentie getracht iets concreter invulling te geven aan de bepalingen in art. 68 lid 1 WvSr en 5:43 lid 1 Awb, door richtsnoeren te bieden waarnaar kan worden gekeken in de beoordeling. Een gemengd toetskader is in nationale context het uitgangspunt:
De juridische aard van de feiten speelt een rol. Met de juridische aard wordt bedoeld:
De delictsomschrijving
Het rechtsgoed ter bescherming waarvan de delictsomschrijving strekt
De strafmaxima (aard van het verwijt – overtreding of misdrijf)
De gedraging van de verdachte speelt een rol. Hieronder vallen:
Tijd
Plaats
Omstandigheden
Al met al is de Europese/internationale richtsnoer meer geijkt op de feiten, terwijl op nationaal niveau ook een belangrijke rol is weggelegd voor het juridische aspect. Voor de interpretatie van het begrip van dezelfde persoon geldt dat door het EHRM en het HvJ EU een meer juridische insteek wordt gehanteerd. Over de nationale benadering van dit begrip gaat paragraaf 5.3.9.
Voorts bestaat er voor het fiscale recht een bijzondere vastlegging van de algemene specialis generalis regel die ook ex ante werkt, namelijk voor situaties waarin sprake is van een mogelijke toepassing van de bepaling van art. 69 lid 1 of 2 AWR en 225 lid 2 WvSr. De eerstgenoemde bepaling krijgt op grond van de bijzonderheden van het fiscale recht voorrang boven de commuun strafrechtelijke bepaling inzake valsheid in geschrifte.
Onder de tweede categorie (ex post) vallen straftoemetingsregels, welke in feite aangeven dat rekening moet worden gehouden met samenloop, wanneer hiervan eenmaal sprake is. De regels zijn te vinden in art. 55 lid 1 en 56 WvSr (voor het strafrecht), en in art. 5:46 lid 2 Awb (voor het bestuursrecht). Het feitbegrip als bedoeld in voornoemde artikelen is niet hetzelfde als het feitbegrip als bedoeld in art. 68 WvSr. De volgende conclusie kan worden getrokken inzake ‘hetzelfde feit’-begrip als bedoeld in de ex post bepalingen:
Van hetzelfde feit (in de zin van eendaadse samenloop) is sprake indien de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat verdachte (in wezen) één verwijt kan worden gemaakt. Naar huidig inzicht staat een enigszins uiteenlopen van de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet in de weg aan het aannemen van eendaadse samenloop indien het in essentie om hetzelfde feitencomplex gaat. Dit laatste geldt ook voor de voortgezette handeling.
Van hetzelfde feit (in de zin van voortgezette handeling) is sprake indien de bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen zo nauw met elkaar samenhangen dat verdachte (in wezen) één verwijt kan worden gemaakt. Er is sprake van eenheid van besluit en gelijksoortigheid van feiten.
Indien sprake is van meerdaadse samenloop kan gesteld worden dat juist geen sprake is van eenzelfde feit. De Hoge Raad heeft recent een sterkere feitelijke correctie geaccentueerd, die inhoudt dat bij een niet al te groot verschil in strekking van de strafbepaling, toch van eendaadse samenloop of voortgezette handeling sprake kan zijn.
Binnen het fiscale bestuursrecht bestaan geen ex post anti-samenloop bepalingen, maar kan het evenredigheidsbeginsel de onevenredige gevolgen van ongeoorloofde samenloop reduceren. Op grond van art. 3:4 lid 2 Awb en art. 5:46 lid 2 Awb worden boetebesluiten door de (fiscale) bestuursrechter volledig getoetst.
In de tabel hierna is bij wijze van samenvatting een schema opgenomen van de wettelijke en jurisprudentiële richtlijnen die invulling geven aan ‘hetzelfde feit’-begrip.
Anticumulatie
Werking
Richtlijnen
Wijze: ex post
Eendaadse samenloop
Intern: FS1 & FSExtern: FS & CS2
Eén feit valt in meer dan één strafbepaling. Een feit is:NJ 1927/585: feitelijk → fysieke eenheid (tijd, plaats, handeling), materiële gedraging, uiterlijk waarneembare daadNJ 1932/289: juridisch → de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde, de strekkingNJ 2019/111 en verder: gemengd → gedragingen zijn samenhangend, spelen zich min of meer op dezelfde tijd en plaats af en leveren een feitencomplex op waarvan één verwijt kan worden gemaakt
RG:3 minder zware straf wordt geabsorbeerd door de zware strafVB:4 verkrachting & schennis van de eerbaarheid
Meerdaadse samenloop
Intern: FS & FSExtern: FS & CS
Meerdere feiten (dus tijdsverloop), gelijksoortig of ongelijksoortig, die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren. Met andere woorden: meerdere objecten worden geraakt of gevolgen treden op.
RG: er wordt één straf opgelegd (mits gelijksoortig), elk van de straffen mag worden opgelegd (in geval van ongelijksoortig)VB: rijden onder invloed en zonder licht, twee mensen gelijktijdig doden met één kogel
Voortgezette handeling
Intern: FS & FSExtern: FS & CS
Meerdere feiten (dus tijdsverloop), gelijksoortig en vanuit één ongeoorloofd wilsbesluit,elk op zichzelf een misdrijf of overtreding opleverend, maar in zodanig verband dat zij als één voortgezette handeling moeten worden beschouwd.
NJ 2019/111 en verder: verschillende, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen die zo nauw met elkaar samenhangen dat sprake moet zijn geweest van één wilsbesluit.
RG: minder zware straf wordt geabsorbeerd door de zware strafVB: in kort tijdsbestek en vanuit één wilsbesluit twee mensen doden
Evenredigheid
Intern: FB5 & FB
Meerdere (afzonderlijke) verzuimen of vergrijpen
RG: doel en nadelig gevolg van besluit moeten evenredig zijn en het draagkrachtbeginsel moet niet worden geschonden, dus matiging van boeten indien de verzuimen of vergrijpen te veel samenhangen.
Wijze: ex ante
Ne bis in idem
Intern: FS & FSExtern: FS & CS / FB & CS
Art. 68 WvSrEén feit waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is beslist.NJ 1962/89: geen band meer met feitbegrip eendaadse samenloop → feitelijke constellatie, gelijktijdig en wezenlijke samenhang in handelen en schuld
NJ 2011/394: gemengd → juridische aard (rechtsgoed, strafmaximum) van de feiten & gedraging (aard, strekking, tijd plaats en handeling)
RG: niet-ontvankelijkheid OM
PunitiefEHRM
Art. 4 lid 1 7de Protocol EVRMZelfde feit:Fischer (2001) en Manasson (2003): dezelfde essentiële elementenZolutkhin (2009): nuance: identieke feiten, maar ook: substantieel dezelfde feitenRuotsalainen (2009): aan- of afwezigheid subjectief bestanddeel in delict is irrelevantMaresti (2009): invulling substantieel dezeflde feiten = zelfde gedrag, zelfde persoon, zelfde tijdsbestekZelfde persoon:Isaksen (2003): verschillende juridische hoedanigheden van een persoonHeinänen (2015): verschillende juridische hoedanigheden van een persoon
PunitiefHvJ EU
Art. 50 EU-HandvestZelfde feit:Van Esbroeck (2006): feiten, ongeacht de juridische kwalificatie of het geschonden rechtsbelangVan Straaten (2006): materiële feitencomplex hoeft niet geheel identiek te zijnGasparini (2006): gelijktijdigheid van materiële feiten, van concrete omstandigheden die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijnMenci (2018): materiële feiten, geheel van concrete omstandigheden die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijnZelfde persoon:Orsi en Baldetti (2017): verschillende juridische hoedanigheden van een persoon
Una via
Intern: FB & FSExtern: FB & CS
Zie paragraaf 7.2.3.2.
Specialis generalis
Extern: FS & CS
Eendaadse samenloop
RG: speciale bepaling gaat voor, niet-ontvankelijkheid t.a.v. de generale bepalingVB: het gebruiken van een vals geschrift jegens de fiscus en het doen van onjuiste aangifte
Tabel 5.2