De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.10.3:10.10.3 Aanbevelingen aan de wetgever
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.10.3
10.10.3 Aanbevelingen aan de wetgever
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250351:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In mijn onderzoek ben ik tot de conclusie gekomen dat het huidige recht niet in alle gevallen leidt tot een situatie waarbij de crediteuren van de 403-maatschappij (voldoende) worden gecompenseerd voor het nadeel dat zij ondervinden doordat zij de jaarrekening van de 403-maatschappij niet (hebben) kunnen inzien, of dat de compensatie ertoe leidt dat zij overgecompenseerd worden. In die gevallen heb ik een voorstel gedaan hoe het huidige recht op het desbetreffende punt kan worden gewijzigd. Hieronder heb ik de belangrijkste door mij voorgestelde wijzigingen bij elkaar gezet. De onderstreepte tekst verwijst naar de aanbevolen wijziging ten opzichte van de huidige bepaling.
Voeg als voorwaarde om gebruik te mogen maken van de jaarrekeningvrijstelling aan art. 2:403 BW toe dat de moedermaatschappij haar enkelvoudige jaarrekening moet hebben gedeponeerd.1
Neem in art. 2:403 lid 1 sub g BW op dat de 403-maatschappij de in art. 2:403 BW genoemde verklaringen en (vertalingen van) stukken moet deponeren.2
Pas art. 2:403 lid 1 sub f BW aan zodat een moedermaatschappij schriftelijk moet verklaren dat zij hoofdelijk aansprakelijk is voor de uit de rechtshandelingen van de 403-maatschappij voortgevloeide en voortvloeiende3 verplichtingen,4 voor zover de 403-maatschappij zelf tekortschiet in de nakoming en dat deze aansprakelijkheid afhankelijk is van de verbintenis van de 403-maatschappij waarvoor deze geldt.5
Voeg aan art. 2:403 BW toe dat een vordering op de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring dezelfde bevoorrechte, respectievelijk achtergestelde positie heeft als de corresponderende vordering op de 403-maatschappij.6
Neem in art. 2:404 lid 1 BW op dat de intrekking van een 403-verklaring slechts of eerst effect heeft als de 403-maatschappij een jaarrekening openbaar heeft gemaakt die aan de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW voldoet, of als er een nieuwe 403-verklaring is gedeponeerd ten aanzien van de 403-maatschappij.7
Voeg aan art. 2:404 lid 3 sub b en c BW toe dat een moedermaatschappij in de mededeling bij het handelsregister van het voornemen om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad melding moet maken van haar eigen naam, de naam van de 403-maatschappij en eventuele oude namen van hen indien die sinds de deponering van de 403-verklaring zijn gewijzigd.8
Schrapdevoorwaardeexart.2:404lid3subaBW voor de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid, dat de 403-maatschappij niet meer tot de groep van de moedermaatschappij behoort.9