Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/10.4.3:10.4.3 Praktische betekenis
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/10.4.3
10.4.3 Praktische betekenis
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491111:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 9 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2067 (Curatoren/Verhuurder); HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:424 (Credit Suisse/Jongepier q.q.); HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1681 (ABN Amro/Berzona); Wibier 2019.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
120. Art. 5:83 BW is vooral relevant als heersend en dienend erf op een later moment weer verschillende eigenaars krijgen. Zolang heersend en dienend erf dezelfde eigenaar hebben, zal de eigenaar doorgaans op grond van het persoonlijke gebruiksrecht gehouden zijn de erfdienstbaarheid te eerbiedigen jegens de gebruiker. Ofwel is de gebruiker op grond van zijn gebruiksrecht daartoe gehouden jegens de eigenaar.
Twee voorbeelden. A heeft zijn woning verhuurd aan B. Ten behoeve van de woning (heersend erf) is een erfdienstbaarheid van overpad gevestigd op een nabijgelegen perceel (dienend erf). A verkrijgt het dienende erf. Op grond van art. 5:83 BW blijft de erfdienstbaarheid voortbestaan. Vermoedelijk zal uitleg van de huurovereenkomst tussen A en B meebrengen dat A gehouden blijft om toe te staan dat B van het nabijgelegen perceel gebruikmaakt, ongeacht of de erfdienstbaarheid nog bestaat.1
C heeft zijn woning met tuin verhuurd aan D. Ten laste van dat perceel (dienend erf) is een erfdienstbaarheid van overpad gevestigd ten behoeve van een nabijgelegen stuk grond (heersend erf). C verkrijgt het heersende erf. De erfdienstbaarheid zou in beginsel door vermenging tenietgaan. Op grond van art. 5:83 BW blijft de erfdienstbaarheid echter voortbestaan. Ook hier zal uitleg van de huurovereenkomst vermoedelijk meebrengen dat C gehouden blijft te dulden dat D van het overpad gebruik maakt.
Zou art. 5:83 BW er niet zijn, dan zou de erfdienstbaarheid opnieuw gevestigd moeten worden als heersend en dienend erf weer in verschillende handen komen. Door art. 5:83 BW is dat niet nodig. In zoverre biedt art. 5:83 BW bescherming. Een nieuwe eigenaar van het dienende erf blijft gebonden aan de erfdienstbaarheid zolang het persoonlijke gebruiksrecht voortduurt. Een nieuwe eigenaar van het heersende erf kan profiteren van de erfdienstbaarheid zolang het persoonlijke gebruiksrecht voortduurt.
Art. 5:83 BW voorkomt uitsluitend dat een erfdienstbaarheid door vermenging tenietgaat. De eigenaar kan de erfdienstbaarheid wel teniet laten gaan door afstand of opzegging (indien de akte van vestiging dat laatste toelaat). De eigenaar pleegt dan vermoedelijk wel wanprestatie jegens de persoonlijk gebruiksgerechtigde (art. 6:74 BW). Is de eigenaar van de beide erven failliet, dan mag de faillissementscurator de erfdienstbaarheid echter niet door afstand of opzegging teniet laten gaan als dat een actieve wanprestatie zou opleveren.2 Dat zal doorgaans het geval zijn. Daardoor is de gebruiker van een heersend erf beschermd tegen de gevolgen van het faillissement van de eigenaar van beide erven: de curator mag het dienende erf slechts onder bezwaar van de erfdienstbaarheid verkopen en leveren.
Art. 5:83 BW biedt de gebruiksgerechtigde verder bescherming tegen schuldeisers van de eigenaar. Schuldeisers van de eigenaar die beslag hebben gelegd op het dienende erf, kunnen door art. 5:83 BW dat erf slechts executeren onder bezwaar van de erfdienstbaarheid.