Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht
Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/8.4.7:8.4.7 Tussenconclusie
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/8.4.7
8.4.7 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS613250:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de literatuur is reeds opgemerkt dat waarderingsopdrachten gedetailleerde instructies missen. Zie: B. Prins, ‘Omgang met de deskundige’, in: Ik ben niet overtuigd: opstellen aangeboden aan mr. P. Ingelse, Ars Aequi Libri 2015, p. 349.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vele verschillende omschrijvingen van het begrip waarde in uiteenlopende wettelijke regelingen en de desbetreffende rechtspraak dragen niet bij aan een overzichtelijk begrippenkader. Zoals gezegd is waardebepaling zonder het inkleuren van de waarderingscontext weinig zinvol. Een waardering kan in uiteenlopende situaties nodig zijn. Het hierna te bespreken waarderingskader kan bij de waardering van (aandelen en) ondernemingen structuur bieden op grond waarvan instructies kunnen worden gegeven aan waarderingsdeskundigen.1 De met die structuur beoogde eenduidigheid kan miscommunicatie tussen juristen onderling en ook met economen beperken. Om een zo hanteerbaar mogelijk overzicht te presenteren, sluit ik aan bij de inhoud van de rapporten die ik in de Nederlandse praktijk heb gezien.