Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.2.3.7.2
8.2.3.7.2 Trustee
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232779:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het is overigens niet ongebruikelijk om op praktische gronden meer dan één trustee te benoemen, om te voorkomen dat er op enig moment geen trustee meer is als gevolg van diens overlijden (Zwalve 2000, pagina 361). Ook rechtspersonen kunnen optreden als trustee (Zwalve 2000, pagina 360).
Zie voor een nadere beschrijving Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.5.2. Zie voorts voor een uitgebreide beschrijving van de taken en verplichtingen van de trustee Hayton 1996, pagina 20 – 22, alsmede Gilissen, dissertatie 2012, paragraaf 2.6.2.2.1.
Zie Gilissen, dissertatie 2012, pagina 56.
Zwalve 2000, pagina 365 e.v. Iedere beneficiary, ook degene met een toekomstig en/of voorwaardelijk equitable interest, kan hier een beroep op doen. Zie hierover ook Gilissen, dissertatie 2012, pagina 132 – 136.
Zie paragraaf 8.2.3.2.
Vergelijk Zwalve 2000, pagina 344 e.v., die een power kort gezegd omschrijft als de bevoegdheid om te handelen met of te beschikken over het goed van een ander (een power kan ook toegekend worden aan een ander dan de trustee). De trustee beschikt daarentegen over goederen waarvan hijzelf de legal owner is.
Zie Underhill and Hayton 2016, pagina 109 – 110. Zie voorts Gilissen, dissertatie 2012, paragraaf 2.6.2.2.2 met betrekking tot de (soorten) bevoegdheden van de trustee, alsmede een aantal specifieke bevoegdheden waarvan sprake kan zijn.
Zie Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.5.2.
Zie Zwalve 2000, pagina 288.
Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.5.2.
Zoals hiervoor opgemerkt, is de trustee1 degene die de legal ownership van het trustvermogen heeft en als zodanig degene die het beheer daarover voert. Het trustvermogen maakt geen deel uit van het eigen vermogen van de trustee, maar dit wordt separaat aangehouden ten behoeve van de beneficiaries (dan wel het charitatieve of anderszins toegestane doel dat met de trust wordt nagestreefd).
De trustee heeft een fiduciaire taak, hetgeen impliceert dat hij belangenverstrengeling moet voorkomen en vrij vergaande algemene verplichtingen heeft, waaronder (i) het onafhankelijk beheren van het trustvermogen, (ii) het bijhouden van een administratie en (iii) periodiek het gebruikmaken van zijn bevoegdheden te overwegen (zie ook hierna).2 Naast deze algemene verplichtingen kunnen in de trustakte specifieke taken voor de trustee worden opgenomen.
Men kan aan de trustee in principe alle verplichtingen opleggen die niet in strijd zijn met de wet, de openbare orde, de goede zeden of het algemeen belang. Deze verplichtingen kunnen vrijwel iedere rechtshandeling of feitelijke handeling betreffen.3 De verplichtingen die de trustee heeft, kunnen sterk variëren, afhankelijk van de aard en het doel van de trust.
Indien de trustee in strijd met zijn verplichtingen, ofwel in breach of trust, handelt, staan de beneficiary een aantal acties ten dienste, die van persoonlijke of meer goederenrechtelijke aard kunnen zijn.4 De persoonlijke acties zijn de volgende:
schadevergoeding vorderen van de trustee, in die zin dat deze het trustvermogen zal moeten aanvullen om de uit de breach of trust voortvloeiende schade ongedaan te maken;
het verhinderen van een breach of trust door middel van een injunction, een rechterlijk gebod of verbod;
veroordeling tot nakoming vorderen, oftewel dat de trustee een bepaalde handeling verricht waartoe hij verplicht is; of
het vorderen van ontslag van de trustee en benoeming van een ander.
De goederenrechtelijke acties houden het inroepen van het recht van tracing5 in jegens de trustee of de derde die te kwader trouw en onder bezwarende titel een onbevoegdelijk door de trustee verkregen trustgoed verkregen heeft.
Naast verplichtingen heeft de trustee bevoegdheden voor de uitvoering van zijn taak. Daarbij dient kort gezegd een onderscheid gemaakt te worden tussen bevoegdheden die hij ontleent aan de trust als zodanig (trusts) en bevoegdheden (powers) die daarnaast aan hem persoonlijk zijn toegekend. Het verschil is relevant, omdat trusts uitgeoefend moeten worden, ook al is sprake van een bepaalde mate van discretie, terwijl de trustee in geval van een power zijn bevoegdheid mag gebruiken, maar hiertoe niet verplicht is. Veelal zal sprake zijn van een combinatie van trusts en powers, waarbij het onderscheid tussen beide niet altijd eenvoudig te maken is.6
Voorts kan een onderscheid gemaakt worden tussen beheersbevoegdheden (administrative powers) en bevoegdheden tot het doen van uitkeringen (distributive/dispositive powers). Het eerste kan de bevoegdheid inhouden om trustvermogen te vervreemden, bijvoorbeeld door verkoop aan een derde. In geval van een fixed trust heeft de trustee geen bevoegdheden tot het doen van uitkeringen (de aanspraken van de beneficiaries zijn reeds bepaald), maar een fixed trust verdraagt zich wel met beheersbevoegdheden.7
Voor de positie van de trustee is ten slotte van belang dat een trustvermogen in beginsel slechts activa omvat; van trustschulden is geen sprake. Indien de trustee schulden maakt in de uitoefening van zijn taak als trustee, is hij hiervoor in principe persoonlijk, met zijn eigen vermogen, aansprakelijk. De trustee kan de verplichtingen die hij aangaat in de uitoefening van zijn taak evenwel voldoen uit het trustvermogen.8 Voorts kan hij zich beschermen door in zijn overeenkomst met derden te bedingen dat hij niet persoonlijk aansprakelijk zal zijn, maar dat de derde zich slechts zal kunnen verhalen op het trustvermogen, hetgeen in toenemende mate gebruikelijk is.9 Ten slotte kan in de trustakte bepaald worden dat de trustee in beginsel (voor zover geen sprake is van opzet of roekeloosheid) niet aansprakelijk zal zijn voor schulden aangegaan in samenhang met de vervulling van zijn functie als trustee.10