Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/2.6
2.6 Deelvraag 5 – Waarderingsvragen bij ondernemingsrechtelijke procedures
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS620489:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
W.G.M. Holterman, De waardering van niet genoteerde aandelen (diss. 1993), p. 67 e.v.
F. Krens, ‘Waardebepaling van ondernemingen bij fusies of overnames’ in:G.M.F. Snijders e.a., Overnemen, een hele onderneming, Deventer: Kluwer 1998,p. 219; S.P. Pratt, Valuing a business, the analysis and appraisal of closely held companies, McGraw-Hill, 2008, p. 41.
Hoofdstuk 8 is als artikel gepubliceerd in het tijdschrift Ondernemingsrecht, oktober 2017, aflevering 15, nr. 125 (Een waarderingskader voor waarderingsopdrachten in ondernemingsrechtelijke procedures) en in bewerkte vorm in de bundel Ver- eniging Jaarrekeningenrecht – Bundel 2016-2018.
Deelvraag 1 ging in op waardering bij de blokkeringsregeling. In het ondernemingsrecht speelt de waardering van ondernemingen en aandelen echter in meer wettelijke bepalingen een rol, zoals bij de geschillenregeling en de uitkoopprocedure. De voornoemde procedures of regelingen vat ik samen als ondernemingsrechtelijke procedures. Om tot een waardering van aandelen te komen, worden in de ondernemingsrechtelijke procedures vaak waarderingsopdrachten verstrekt aan waarderingsdeskundigen. In de wet, rechtspraak, literatuur en waarderingsrapporten worden uiteenlopende definities voor waarde gehanteerd. Dit draagt niet bij aan een transparant kader en kan leiden tot miscommunicatie. Ook het feit dat een waardering in grote mate een schattingsvraagstuk is,1 leidt ertoe dat waardering vaak een arbitrair onderwerp is. Verschillende situaties leiden tot andere benaderingen van de waardering. Zonder te duiden in welke waarderingscontext de waardering plaatsvindt en wat daarvan de implicaties zijn, is de uitkomst nietszeggend.2
Naar waardering is veel (Engelstalig) onderzoek gedaan, maar de in de doctrine ontwikkelde inzichten worden bij het verstrekken van waarderingsopdrachten nauwelijks toegepast. Vaak geldt slechts dat “de prijs gelijk aan de waarde” moet worden vastgesteld, hetgeen gezien het in hoofdstuk 3 te presenteren overzicht een onduidelijke en te beperkt ingekaderde waarderingsopdracht is. Teneinde te komen tot een duidelijker waarderingsproces met minder arbitraire uitkomsten stel ik de volgende deelvraag:
Deelvraag 5: Welke waardemaatstaven spelen een rol bij ondernemingsrechtelijke procedures en is het mogelijk een waarderingskader te formuleren voor waarderingsopdrachten in ondernemingsrechtelijke procedures?
Deelvraag 5 wordt behandeld in hoofdstuk 8 (Een waarderingskader voor waarderingsopdrachten in juridische procedures).3