Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4.1:4.1 Het algemene bestuursrechtelijk kader
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4.1
4.1 Het algemene bestuursrechtelijk kader
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180172:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit boek gaat over de vraag hoe medewerkers van de IND omgaan met onzekerheid over de feiten. Dat is een vraag die verband houdt met de eisen die in een juridische context aan de waarheidsvinding zijn gesteld en dus van bewijsrecht. Ook voor de waarheidsvinding in het bestuursrecht is de vaststelling van feiten bepalend. In de inleiding schreef ik al dat het onmogelijk is om de feiten in een juridische procedure met volledige zekerheid vast te stellen. Dit is ook niet noodzakelijkerwijs het doel van een juridische bestuursrechtelijke procedure. Volgens Schlössels verwijst waarheidsvinding in het bestuursrecht meer naar het streven om de waarheid te zoeken, dan naar het vinden van die waarheid als zodanig.1 Dit streven is niet onbegrensd en wordt onder andere ingeperkt door eisen van doelmatigheid, de kennis en kunde van het bestuur en bijvoorbeeld de mate waarin de aanvrager in staat of bereid is om zijn aanvraag te onderbouwen. Hoe dit streven wordt ingevuld door individuele medewerkers van de IND behandel ik in de empirische delen van dit boek.
Waarheidsvinding in het recht gaat om de vraag of de onzekerheid over de feiten tot een aanvaardbaar niveau kan worden teruggedrongen, binnen een gegeven juridische en procedurele context. Als de onzekerheid over de feiten in voldoende mate is verminderd, worden die feiten als waarheid aangenomen. Nadat het bestuur de feiten heeft vastgesteld, moet het deze feiten kwalificeren. Door de feiten te kwalificeren kent het bestuur juridische betekenis toe aan die feiten. In dit deel van het hoofdstuk beschrijf ik eerst de belangrijkste eisen die het algemene bestuursrecht stelt aan de feitenvaststelling en de feitenkwalificatie. Deze eisen zijn door anderen al veel uitvoeriger beschreven.2 Ik zal mij hier beperken tot de hoofdlijnen. Ik zal in dit deel achtereenvolgens aandacht besteden aan de volgende aspecten.
De verhouding tussen het algemene bestuursrecht en de bijzondere delen van het bestuursrecht.
Algemene bestuursrechtelijke eisen waaraan het bestuur moet voldoen bij het vaststellen van de feiten.
Algemene bestuursrechtelijke eisen waaraan het bestuur moet voldoen bij het kwalificeren van de feiten.
De manier waarop de waarheidsvinding door het bestuur wordt beïnvloed door de rechtspraak.
In het tweede deel van dit hoofdstuk ga ik na hoe in het asielrecht invulling is gegeven aan de eisen die het algemene bestuursrecht stelt aan de feitenvaststelling en feitenkwalificatie. Ik eindig het eerste deel van dit hoofdstuk met een aantal concluderende observaties over het bestuursrecht, waarna ik verder ga met een bespreking van het asielrecht.
4.1.1 De verhouding tussen de Algemene wet bestuursrecht en bijzondere bestuurswetgeving4.1.2 Besluitvorming door het bestuur4.1.3 Bestuurlijke besluitvorming: eisen aan de feitenvaststelling en -kwalificatie4.1.4 Waarheidsvinding door de bestuursrechter