Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/5.5:5.5 Conclusie en afronding
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/5.5
5.5 Conclusie en afronding
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS305214:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het bijzonder par. 4.6.4 met betrekking tot de onderlinge hiërarchie tussen de bedrijfsmatige gebruiker en de bezitter.
Zie reeds Kolder 2010, p. 295-307, en inmiddels instemmend Keijzer en Oldenhuis 2011, p. 101, alsmede Van Swaaij en Pluymen 2011, p. 299, alsook Tjong Tjin Tai in zijn NJ-noot onder het Loretta-arrest.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de zoektocht naar (meer) grip op het karakter van art. 6:181, is in dit hoofdstuk de plaats van deze aansprakelijkheid bepaald ten opzichte van de aanverwante aansprakelijkheden van art. 6:170 en 171. Duidelijk is geworden dat art. 6:181 kan worden gezien als ‘tegenhanger’ van zowel art. 6:170 als art. 6:171, waarbij de term ‘tegenhanger’ duidt op een tegenstelling tussen een aansprakelijkheid voor zaken versus personen. Een andere vraag is die naar de inhoudelijke samenhang: met welke ‘tegenhanger’ heeft art. 6:181 het meeste gemeen? Deze vraag is van belang aangezien art. 6:170 een ruime uitleg kent met het accent op ‘zeggenschap’, terwijl voor art. 6:171 aan de hand van ‘eenheid’ juist een restrictieve toepassing geldt. Uit mijn analyse komt naar voren dat voor de uitleg van art. 6:181 niet zozeer art. 6:171, maar vooral art. 6:170 als inspiratiebron kan hebben te gelden. De winst hiervan is in mijn ogen dat de principiële richting is blootgelegd die met art. 6:181 ingeslagen moet worden: de grenzen van de risicosfeer van de in art. 6:181 bedoelde bedrijfsmatige gebruiker worden in de geest van art. 6:170 ruim getrokken, waarbij het element zeggenschap een voorname rol vervult. Ook is de aanwijzing voor een in uitgangspunt ruimte uitleg van art. 6:181 als omschreven in hoofdstuk 4 – art. 6:181 heeft in de verhouding met de bezittersaansprakelijkheden uit art. 6:173, 174 en 179 niet slechts een uitzonderingskarakter maar vormt juist het primaat c.q. staat ‘voorop’ –1 van een nader fundament voorzien. De bevindingen in dit hoofdstuk en die uit hoofdstuk 4 grijpen als het ware in elkaar. De drie kernbegrippen van art. 6:181 (‘gebruik’, ‘bedrijf’, ‘in de uitoefening van’) zal dan ook geen restrictieve (art. 6:171) maar een ruime (art. 6:170) uitleg toekomen.2 Daarbij zal waar mogelijk dan het uit art. 6:170 reeds bekende element ‘zeggenschap’ een voorname rol vervullen. De praktische uitwerking van deze ‘vooropstellingen’ vindt plaats in de hoofdstukken 6 t/m 8, waarin aan de hand van zijn drie kernbegrippen de concrete reikwijdte en toepassing van art. 6:181 in kaart worden gebracht. Tot nu toe laat de analyse van art. 6:181 in ieder geval zien dat het om een ‘sterke’ bepaling gaat: de bedrijfsmatige gebruiker duldt de bezitter uit art. 6:173, 174 en 179 niet naast zich (aansprakelijk is hetzij de bezitter hetzij de bedrijfsmatige gebruiker), staat daarbij ‘voorop’ (art. 6:181 heeft exclusieve werking ten opzichte van art. 6:173, 174 en 179) en art. 6:181 komt een ruime uitleg toe (geïnspireerd op art. 6:170).