Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/60
60 Rehder: plaats van vertrek en plaats van aankomst
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS506447:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 9 juli 2009, zaak C-204/08, Jur. 2009, p. I-6073, RvdW 2009, 1082 (Rehder); HvJ 11 maart 2010, zaak C-19/09, Jur. 2010, p. I-02121, NJ 2010/522 (Wood Floor) m.nt. M.V. Polak.
HvJEG 9 juli 2009, zaak C-204/08, Jur. 2009, p. I-6073 (Rehder), RvdW 2009/1082, r.o. 41-43.
HvJEG 9 juli 2009, zaak C-204/08 (Rehder), r.o. 45.
HvJEG 9 juli 2009, zaak C-204/08 (Rehder), r.o. 36-37; HvJ 11 maart 2010, zaak C-19/09, NJ 2010/ 522 (Wood Floor) m.nt. M.V. Polak, r.o. 29.
HvJ 11 maart 2010, zaak C-19/09, NJ 2010/522 (Wood Floor) m.nt. M.V. Polak, r.o. 27.
Vgl. de noot van M.V. Polak onder NJ 2010/522 (Wood Floor), sub 6.
De door de AG bepleite interpretatie in Color Drack lijkt niet meer op te gaan in verband met latere rechtspraak van het HvJ. Het HvJ heeft de vraag beantwoord hoe met art. 7 sub 1 onder b moet worden omgegaan indien sprake is van dienstverrichting in meerdere lidstaten.1 In Rehder heeft het HvJ de vraag beantwoord waar de plaats van dienstverrichting is gelegen in het geval van een luchtvervoerovereenkomst van de ene naar de andere lidstaat. Na een uitgebreide bespreking en feitelijke analyse van de elementen van de dienstverlening bij een luchtvervoerovereenkomst komt het HvJ tot de conclusie dat de plaats van vertrek en de plaats van aankomst beide de vereiste nabijheid met de overeenkomst garanderen.2 De eiser mag – naast de rechter van art. 4 EEX-Vo II – kiezen bij de rechter van welke van de twee plaatsen hij zijn vordering aanbrengt. Het uitbreiden van de mogelijk alternatief bevoegde rechters van een tot twee wordt door het HvJ gerechtvaardigd door te overwegen dat beide plaatsen een nauwe band tussen de overeenkomst en het bevoegde gerecht verzekeren. Bovendien is het eenvoudig te voorspellen voor welke gerechten het geding aanhangig gemaakt kan worden.3
In Rehder acht het HvJ de uitbreiding van de bevoegde rechters aanvaardbaar omdat deze, kort gezegd, binnen de perken blijft en het eenvoudig te voorspellen blijft voor welke rechter een verweerder gedaagd kanworden. Daar zit ook het verschil met de casus in Besix: een in potentie onbeperkt aantal bevoegde rechters dient te worden voorkomen. In het arrest Wood Floor herhaalt het HvJ de beslissing in Rehder en bevestigt het Hof dat dienstverrichting in meerdere lidstaten onder art. 5 lid 1 sub b EEX-Vo (art. 7 sub 1 EEX-Vo II) valt.4 De doelstellingen van nabijheid en voorspelbaarheid die moetenworden verwezenlijkt met de concentratie van de rechterlijke bevoegdheid op de plaats waar de diensten volgens de betrokken overeenkomst moeten worden verricht en met de aanwijzing van één bevoegde rechter voor alle vorderingen uit die overeenkomst, kunnen niet anders worden benaderd wanneer de betrokken diensten op meerdere plaatsen in verschillende lidstaten moeten worden verricht.5 Hiermee lijkt ook de deur geopend voor het toepassen van art. 7 sub 1 onder b EEX-Vo II op situaties van koopovereenkomsten waarbij geleverd moet worden in verschillende lidstaten.6