Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/4.3.3
4.3.3 Ambtshalve aanvulling rechtsgronden
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Voetnoten
Voetnoten
Het Hof constateert dat de Vz., toen zij geconfronteerd werd met een bestekbepaling die in strijd was met het recht en waarvan de aanbestedende dienst Larcom zelf had aangegeven dat die anders gelezen moest worden dan wat er letterlijk stond, heeft geoordeeld dat Larcom het transparantiebeginsel had geschonden (Hof Leeuwarden 20 november 2012, LJN: BY3635).
HvJ EU 13 april 2010, C-91/08 (Wall A.G. / Stadt Frankfurt am Rhein), LJN: BM1484, NJ 2010/367. Zie tevens D.C. Orobio de Castro en B.J.H. Blaisse-Verkooyen, ’Kroniek van het Europese aanbestedingsrecht (2010-1)’, TBR 2011/180.
Als partijen geen (expliciet) beroep doen op het transparantiebeginsel wordt niet buiten het geschil getreden als de voorzieningenrechter de rechtsgronden aanvult.1 Volgens het Hof Leeuwarden was geen sprake van schending van artikel 24 Rv. Op grond van artikel 25 Rv en het Europese arrest Wall2 bestaat juist een verplichting om de bestekbepaling die het onderwerp vormde van het debat van partijen te toetsen aan het transparantiebeginsel.