Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.3.3:5.5.3.3 Gericht of ongericht
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.3.3
5.5.3.3 Gericht of ongericht
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186778:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 2002, NJ 2002/447 (Akzo/ING), r.o. 3.4.3.
Zie par. 1.7.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
251. Een eenzijdige achterstelling kan een eenzijdige gerichte of een eenzijdige ongerichte rechtshandeling zijn. De afbakening van de seniorschuldeisers bepaalt of een eenzijdige achterstelling een gerichte of een ongerichte eenzijdige rechtshandeling is.
Bij een onbegrensde groep seniorschuldeisers moet de eenzijdige achterstelling als een ongerichte rechtshandeling worden beschouwd. Dat geldt bijvoorbeeld als de junior zijn vordering achterstelt bij alle andere vorderingen op de schuldenaar. Wat betreft de gerichtheid is een dergelijke achterstelling vergelijkbaar met een 403-verklaring. Zoals een 403-verklaring is gericht tot alle schuldeisers van de dochtervennootschap, zo is een eenzijdige algemene achterstelling gericht tot alle schuldeisers van de gemeenschappelijke schuldenaar. Een 403-verklaring is door de Hoge Raad gekwalificeerd als een eenzijdige ongerichte rechtshandeling.1
Aan de andere kant van het spectrum staat de eenzijdige achterstelling bij één specifieke vordering van een andere schuldeiser. Dat is een eenzijdige gerichte rechtshandeling. Die is uitsluitend gericht tot de seniorschuldeiser.
Het onderscheid tussen een gerichte en een ongerichte eenzijdige achterstelling valt dus grotendeels samen met het onderscheid tussen een specifieke en een algemene achterstelling. Daarom is de precieze grens tussen een gerichte en een ongerichte eenzijdige achterstelling moeilijk aan te geven.2 Theoretisch gezien vindt er een geleidelijke overgang plaats van specifieke achterstellingen middels gerichte eenzijdige rechtshandelingen naar algemene achterstellingen via ongerichte rechtshandelingen. Praktisch is niet te verwachten dat gevallen in het grensgebied veel voorkomen. Een junior die zijn vordering achterstelt doet dat doorgaans bij ofwel één of enkele zeer specifiek aangegeven schuldeisers, ofwel alle andere schuldeisers van de gezamenlijke schuldenaar. Tussenvormen zijn in dit onderzoek niet aangetroffen.