Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/14.2.1.2
14.2.1.2 1980: codificatie van het Kapitalersatzrecht in het GmbH-Gesetz
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406916:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
BGH 26 maart 1984, II ZR 14/84. Het BGH overwoog: “Die Regelung der GmbH-Novelle weist daher wesentliche Lücken auf […].Eine Anwendung dieser Grundsätze auch auf Darlehen, die nach dem 1. Januar 1981 gewährt wurden, wäre geeignet, diese Lücken bis zu der aufgezeigten Grenze – Nennbetrag des Stammkapitals – zu schließen. Hierfür besteht auch ein unabweisbares Bedürfnis. Mit den Vorschriften der GmbH-Novelle […] hat der Gesetzgeber das Ziel verfolgt, den Schutz der Gesellschaftsgläubiger zu verbessern. Mit diesem Gesetzeszweck wäre es unvereinbar, die Grundsätze, die von der Rechtsprechung anhand der §§ 30,31 GmbHG aufgestellt worden sind, fortan nicht mehr anzuwenden, ohne daß die neuen Vorschriften einen gleichwertigen Gläubigerschutz bieten.”
In 1980 heeft het Duitse parlement getracht het in de rechtspraak ontwikkelde Kapitalersatzrecht te codificeren in het GmbH-Gesetz. In de nieuwe bepalingen §§ 32a en 32b GmbHG werd een regeling opgenomen die onder bepaalde omstandigheden voorzag in de herkwalificatie van aandeelhoudersleningen in kapitaal. De introductie van een wettelijk verankerd Kapitalersatzrecht heeft de rechtspraak er echter niet van weerhouden haar zelf gecreëerde leerstuk verder te ontwikkelen. Het BGH overwoog in 1984 dat de nieuwe regeling in het GmbH-Gesetz te eng geformuleerd was en daarom de belangen van de crediteuren geschaad zouden worden als afscheid zou worden genomen van de in de rechtspraak geformuleerde normen.1 Tot de herziening van het GmbH-Gesetz in 2008 heeft het Kapitalersatzrecht daarom een tweesporig karakter behouden.