De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.2.1:12.2.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.2.1
12.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368828:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toerekening van stemrechten die de samenwerkende partijen in de doelvennootschap kunnen uitoefenen, is het belangrijkste rechtsgevolg van acting in concert. Hieronder zal worden verduidelijkt wat onder toerekening moet worden verstaan en wat daarvan de gevolgen zijn.
In de eerste plaats moet worden nagegaan aan wie kan worden toegerekend (§ 12.2.2). Dit is een thema dat moet worden onderscheiden van de vraag voor wie de acting in concert-regels gelden (zie daarover eerder § 7.2 en 8.2). In de tweede plaats rijst de vraag of de stemrechten aan ieder van de samenwerkende partijen worden toegerekend (wederzijdse toerekening) of dat deze slechts worden toegerekend aan degene die binnen het samenwerkingsverband de dienst uit maakt (eenzijdige toerekening) (§ 12.2.3). In de derde plaats is van belang welke stemrechten onderwerp van toerekening kunnen zijn (§ 12.2.4) en wat de omvang van de toerekening is (§ 12.2.5). Ten slotte rijzen vragen rondom de samenloop van de verschillende acting in concert-toerekeningsregels (§ 12.2.6).
Toerekening van stemrechten betekent overigens niet onmiddellijk dat er een biedplicht ontstaat. Bij het onderstaande moet bedacht worden dat het ontstaan van een biedplicht als gevolg van toerekening onder meer afhankelijk is van de vele vrijstellingen van de biedplicht (zie hoofdstuk 15).