Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/V.3
V.3 Non-existente fusies en splitsingen
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178917:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook art. 160quatervicies van het Richtlijnvoorstel grensoverschrijdende omzetting, fusie en splitsing, COM(2018)241, p. 96.
Kamerstukken II 1995/96, 24 702, B, p. 8 (Nader rapport Wet splitsing rechtspersonen), waar de minister opmerkt dat ‘een rechtshandeling die ertoe strekt vermogen onder algemene titel te doen overgaan zonder structuurwijziging, (…) geen splitsing is. De regel van artikel 334u lid 2 dat een niet door de rechter vernietigde splitsing geldig is, is op zo’n rechtshandeling niet van toepassing.’
Zie o.a. Van Schilfgaarde 2000, p. 74, Koster 2009, p. 358, Schoonbrood & Van Olffen, p. 104, Assink/Slagter 2013 (Deel 2), § 121.4, p. 2387, nt. 181, Handboek 2013/414 en Koster 2013, par. 3.
Zie Van Olffen e.a. 2017, p. 132.
Derhalve een splitsing in strijd met art. 2:334e BW. Zie Schoonbrood & Van Olffen 2011, p. 107 en 110-111.
Woorden ontleend aan Dortmond 2004, p. 41.
Zie o.a. Zaman 2009, Zaman, Van Eck & Roelofs 2011, Roelofs 2014, p. 252- 256 en Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/438.
Wat voor het huwelijk geldt, geldt ook voor de juridische fusie en de juridische splitsing. De rechter kan een fusie of splitsing alleen vernietigen in de vier gevallen die de wet limitatief opsomt (art. 2:323/334u lid 1 BW). Bovendien sluit de wet nietigheid van een fusie of splitsing nadrukkelijk uit. Een fusie of splitsing is geldig, tenzij de rechter haar heeft vernietigd (art. 2:323/334u lid 2 BW). In grensoverschrijdende situaties is voor ongeldigheid nog minder ruimte. Niet alleen is een grensoverschrijdende fusie nimmer nietig, ook kan de rechter haar niet vernietigen (art. 2:333l BW). Hetzelfde moet mijns inziens analoog gelden voor de ongeregelde figuur van de grensoverschrijdende splitsing.1
Een invloedrijke stroming in de literatuur ziet sommige fusies en splitsingen als non-existent. Zij vindt summiere steun in de parlementaire geschiedenis.2 In deze visie kan een fusie of splitsing die in wezen niet voldoet aan de kenmerken van die rechtsfiguur, niet voor een fusie of splitsing doorgaan om welke reden zij niet onderworpen is aan de wettelijke nulliteitenregeling. Die stringente regeling is immers geschreven voor dat wat daadwerkelijk een fusie of splitsing is.3 Onbestaanbaar zouden bijvoorbeeld zijn een fusie tussen een BV en een maatschap – die mogelijkheid kent de wet nog niet4 – en een splitsing waarbij de zittende aandeelhouders geen aandeelhouder worden in een van de verkrijgende rechtspersonen.5
De gelijkenis met Meijers’ huwelijk is treffend. Ook hier worden non-existentiegedachten gevoed door een beperkende, knellende nulliteitenregeling. Maar verschillen zijn er ook. Anders dan het non-existente huwelijk is de non-existente fusie of splitsing weinig populair. Veel schrijvers spreken zich, niet zelden in stevige bewoordingen, uit tégen het bestaan van onbestaanbaarheid. Non-existente fusies en splitsingen zouden uit een oogpunt van rechtszekerheid bepaald onwenselijk zijn. Het beeld van vermogens die ergens ‘boven de Alpen drijven’ spreekt niet aan.6 Verder zou non-existentie niet stroken met de (Europese) gedachte dat fusies en splitsingen in zo min mogelijk gevallen moeten worden teruggedraaid, mits ze in procedurele zin met voldoende waarborgen zijn totstandgekomen.7