Einde inhoudsopgave
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/II.8.1
II.8.1 Inleiding: ‘de toekomst is begonnen’
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille, datum 08-06-2017
- Datum
08-06-2017
- Auteur
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille
- JCDI
JCDI:ADS297027:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over digitaal procederen ook hoofdstuk 6 van het preadvies van Coenraad/Ingelse.
Kei zal in 2017 worden ingevoerd voor asiel- en bewaringszaken en later, naar verwachting medio 2018, voor alle overige bestuursrechtelijke zaken.
We gebruiken voor het begrip kunstmatige intelligentie de afkorting ‘AI’, omdat die veel gebruikt wordt in de literatuur (‘AI in law’) en ‘KI’ ook wordt gebruikt als afkorting voor ‘kunstmatige inseminatie’.
M. Mills, ‘Artificial intelligence in law: the state of the play in 2016, Thomson Reuters, te vinden op: www.legaltechnology.com..
De Hoge Raad en de Raad van State laten een eigen portaal bouwen, dat voorziet in een koppeling met het rechtspraakportaal. Er komen dus twee portalen.
Zie over randvoorwaarden voor nuttige AI-toepassingen ook M. van Opijnen, ‘Op en in het web, hoe de toegankelijkheid van rechterlijke uitspraken kan worden verbeterd’, UvA-DARE 2014.
Het notariaat moet nog bijkomen van de schok veroorzaakt door nieuwkomers als de Hema notarisservice en Doehetzelfnotaris.nl, waar men zelf online (standaard) akten kan samenstellen om zo kosten te besparen.
Cambridge Analytica is een commercieel bedrijf uit het Verenigd Koninkrijk met vestigingen in de USA dat ‘data mining’ en data-analyse combineert met strategische communicatie (‘voter targetting’) om kiesgedrag te beïnvloeden. Het heeft een belangrijke rol gespeeld bij laatste verkiezing in de USA.
N. Aletras e.a., ‘Predicting judicial decisions of the European Court of Human Rights: a Natural Language Processing perspective. PeerJ Computer Science (2016).
In 2014 is door de rechtspraak de ‘Code zaakstoedeling’ vastgesteld, die een achttal algemene uitgangspunten voor de toedeling van zaken binnen de gerechten bevat met als doel de toedeling van zaken inzichtelijker en transparanter te maken. Omdat zaaks-toedeling nauw samenhangt met digitalisering van werkprocessen, maakt in het programma KEI (civiel en bestuur) de beoogde landelijke uniformering en regulering van zaakstoedeling onderdeel uit van het deelprogramma ‘Roosteren en plannen’ (zie brief minister van V&J van 22 april 2016 aan de voorzitter van de Tweede Kamer).
Het Digitaal stelsel omgevingswet (DSO, de voormalige ‘Laan van de Leefomgeving’) is een stelsel dat voorziet in een centrale informatiestructuur (samenvoeging van Ruimtelijkeplannen.nl, Omgevingsloket online en de Activiteitenbesluit internetmodule) met digitale informatie over de kwaliteit van de leefomgeving en de rechtsregels die daarvoor gelden, met informatiehuizen per beleidsveld (o.a. bodem, lucht, geluid). Ook bij de programmatische aanpak van stikstof (PAS) wordt gebruik gemaakt van AI-technieken, waaronder de online rekentool Aerius.
Zie over de potentiële effecten van bitcoin, blockchain en smart contracts het artikel ‘Smart contracts en het recht’, van E. Tjong Tjin Tai in NJB 2017, nr. 146, p. 176-182.
In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan digitaal procederen en de kansen en mogelijkheden die dat gaat bieden.1 Na een korte beschrijving van het digitale systeem zoals dat zal werken vanaf de invoering in 20172 (8.2), met aandacht voor bestaande zorgen (8.3), komen zaken aan bod die nog moeten worden geregeld en een verkenning van nieuwe functionaliteiten (8.4) Daarna volgt een korte verkenning van mogelijkheden voor over vijf tot tien jaar (8.5) en van de inzet van Big Data-technieken in de rechtspraak (8.6). Maar we beginnen met een inleidende beschouwing om te laten zien hoe hard het gaat met de ontwikkelingen op digitaal gebied: ‘de toekomst is begonnen’.
Procederen bij de rechter is meer dan honderd jaar in essentie niet gewijzigd. Een papieren stukkenwisseling in een of meerdere ronden, gevolgd door een mondelinge behandeling, met daarna een papieren uitspraak. Na toezending van stukken via postverzending en koerier kwam op enig moment de fax in gebruik, die het lang heeft volgehouden. In 2010 is in het bestuursprocesrecht de mogelijkheid geopend om het (hoger) beroepschrift digitaal in te dienen (artikel 8:40a Awb), van welke mogelijkheid spaarzaam gebruik wordt gemaakt. De klassieke werkwijze is daardoor echter niet gewijzigd. Na ontvangst van het beroepschrift wordt op de printknop gedrukt om met een papieren dossier verder te werken, ook als de procespartijen – waaronder tal van bestuursorganen, zoals de IND en op moderne leest geschoeide advocatenkantoren – beschikken over een digitaal dossier. De rechtspraak kon en kan digitale toezending van het hele dossier niet aan. Ook per mail toezenden van stukken behoort niet tot de mogelijkheden; terecht, te onveilig. En ondanks de opkomst van de digitalisering en het massale gebruik van computers, smartphones, tablets en social media slepen bodes, juridische medewerkers en rechters in gerechtsgebouwen nog stapels papieren dossiers van kamer naar kamer. Dat gaat binnenkort veranderen. We gaan digitaal procederen en nemen daarmee afscheid van de klassieke procedure. Voor gerechten, advocatenkantoren en andere organisaties die nog niet werken met een digitaal dossier betekent dat een tweeslag. Zowel het leren werken met een digitaal dossier (intern: ‘Mijn Werkomgeving’) als het digitaal communiceren met de rechtspraak (extern: via ‘Mijn Rechtspraak’, ‘Mijn Zaak’ of het Aansluitpunt Rechtspraak).
De omslag naar digitaal procederen betekent niet het definitieve afscheid van het papier. Dit als gevolg van de keuze van de wetgever om natuurlijke personen en informele verenigingen de mogelijkheid te blijven bieden om op papier te procederen. Dit betekent dat de rechtspraak vooralsnog twee manieren van procesvoering moet faciliteren: op papier (inkomende documenten op papier scannen en uitgaande documenten printen en verzenden) én digitaal. Door de inrichting van regionale scanvoorzieningen en een Print-, Scan- en Verzendhuis zal binnen de gerechten wel volledig digitaal worden gewerkt. Op papier ingediende stukken worden in het digitale dossier ontsloten en aan partijen beschikbaar gesteld. Een harde knip naar uitsluitend digitaal procederen is voor de bedrijfsvoering eenvoudiger en veel goedkoper, maar politiek is dat niet haalbaar. Nu dat een gegeven is, kan de rechtspraak zich daarbij neerleggen omdat de kosten van inrichting van de papieren werkstroom toch moeten worden gemaakt. Maar de operationele kosten voor personeel en faciliteiten kunnen worden verlaagd als steeds meer gebruikers van de rechtspraak digitaal procederen en steeds minder op papier. Daarom lijkt het uit bedrijfseconomisch perspectief verstandig de last van de dubbele uitvoering zo kort mogelijk te laten duren. Via een ‘verleidings’-model kunnen rechtzoekenden worden bewogen gebruik te maken van het digitale portaal. Hoe zou die verleiding (‘out-of-the-box’) eruit kunnen zien? Door het aanbieden van persoonlijke ondersteuning bij het opstellen en indienen (‘uploaden’) van processtukken en andere documenten. Daartoe kan in elk gerechtsgebouw een servicedesk worden ingericht, waar Kei’en van medewerkers rechtzoekenden bijstaan in het omgaan met het portaal. Vervoer van huis naar het gerecht en weer terug zou kosteloos kunnen worden aangeboden met de “Kei-taxi”. Ook de mogelijkheid tot het bieden van extra faciliteiten bij digitaal procederen, zoals bijvoorbeeld een digitale check op de volledigheid van het beroepschrift, een automatische waarschuwing bij het naderende einde van een (fatale) termijn en de mogelijkheid relevante informatie te krijgen via het portaal, waarover hierna meer, zouden reden kunnen zijn om voor de digitale weg te kiezen, ook als men gerechtigd is op papier te procederen. Voor alle duidelijkheid, op dit moment is niet voorzien in een ‘verleidings’-model. Maar wetgever en rechtspraak zouden de invoering van dergelijke maatregelen wel moeten overwegen.
Als over digitaal procederen wordt gesproken dan ontstaat al snel spraakverwarring. De begrippen digitaal werken, digitaal dossier, digitaal procederen, IT (informatietechnologie), AI (artificial intelligence)3 en big data worden door elkaar gebruikt. Werken met een digitaal dossier staat los van het communiceren via een digitaal portaal. Mengvormen zijn mogelijk, zoals op papier procederen, maar wel toegang hebben tot het portaal en het digitale dossier. Informatietechnologie en webtechnologie worden al tijden ingezet door de rechtspraak (o.a. tekstverwerking, kennisdatabanken, rechtspraak.nl). Expertsystemen gebruikt de rechtspraak (nog) niet, de rechtspraktijk wel. Een voorbeeld van een expertsysteem is ‘Magontslag.nl’ (UvA), een tool om snel juridisch advies te krijgen over o.a. ontslag en het recht op een transitievergoeding. De bouwers van dat programma hebben informatie uit de wet (WWZ) en rechtspraak “vertaald” in een expertsysteem, dat via een set van vragen en een beslisboom informatie geeft over iemands rechtspositie.
Van de inzet van AI in de rechtspraak is het nog niet gekomen. AI is een ‘paraplu’-term voor het gebruik van verschillende technieken: expert-systemen, machine-learning, natural language processing (NLP), speech (stemherkenning, denk aan Siri, de spraakgestuurde vraagbaak van Apple en Alexa van Amazon) en vision (visuele herkenning, waaronder image-recognition, denk aan ‘tagging’ in Facebook en machine-vision).4
De ontwikkelingen op AI-gebied gaan momenteel erg snel. Men is hard op weg software te ontwikkelen die ‘menselijke’ eigenschappen heeft, zogenaamde ‘cognitive computing’. Met gebruik van ‘neural networks’ en computers met enorme rekenkracht worden zelfsturende auto’s ontwikkeld, een techniek waarop alle grote IT-bedrijven nu volop inzetten. Diezelfde techniek maakt dat de computer nu al nauwkeuriger kan liplezen dan de mens, en dat de computer personen kan herkennen op immense hoeveelheden beeldmateriaal, welke techniek wordt gebruikt bij de opsporing van personen. Bedrijven als Google, Facebook, Apple, Uber, AirBbB, Netflix en Spotify zetten AI in om een persoonlijke relatie aan te gaan met de consument (‘relational economics’); dat gebeurt o.a. door de inzet van ‘digitale butlers’ zoals slimme stemherkenning en chatbots. Traditionele aanbieders van producten (zoals auto’s) maken een omslag naar dienstverlening (vervoer).
Waar in het verleden computers moesten worden geprogrammeerd om een taak te kunnen vervullen, is dat niet langer nodig. AI-systemen kunnen zichzelf vaardigheden aanleren, zoals het spelen van een spel of het herkennen van personen, dieren en objecten op foto’s. Dergelijke AI-toepassingen zijn nog niet perfect, maar de foutmarge zal in snel tempo afnemen, mede omdat het programma leert van zijn “fouten” (‘machine learning’). Nadat wereldkampioen Kasparov door de computer (IBM’s Deep Blue) werd geklopt met schaken (1997) en de computer de kennisquiz Jeopardy wist te winnen (2011) is recent – ook tot verrassing van AI-wetenschappers – de wereldkampioen Go verslagen door Google’s (Deep Mind) Alpha Go. Alpha Go is een ‘general purpose’ AI-systeem, een systeem dat niet is geprogrammeerd om Go te kunnen spelen, maar dat zichzelf heeft bekwaamd in het spel Go. De prestatie is baanbrekend omdat Go een ongekend aantal spelmogelijkheden kent en wordt gezien als het moeilijkste spel ter wereld.
De toepassing van AI in het juridische domein stelt tot nu toe in Nederland niet veel voor. Dat heeft in de kern twee redenen. De eerste is dat de basisstructuur ontbrak om met AI te kunnen werken. Een AI-systeem moet toegang hebben tot grote hoeveelheden bruikbare informatie. Doordat (overheids)organisaties allemaal hun eigen computersystemen hadden, met eigen software, zonder uniforme en gestandaardiseerde informatie was de toegang tot de voor AI-toepassingen noodzakelijke informatie (data) gebrekkig. Door het ontsluiten van bronnen via websites zoals wetten.nl, het toegankelijk maken van de rechtspraak via de ECLI-code en de start van Kei met één digitaal portaal5, dat toegang biedt tot alle dossiers van de rechtspraak (met een uniforme structuur en in één bron), komt nuttig gebruik van AI in de rechtspraak in zicht.6 De tweede reden is het sterke conservatisme van de juridische beroepsgroep. Juristen, althans de meeste juristen, hechten aan het bestaande, aan oude rituelen en plechtstatig woordgebruik. Ze zien op tegen verandering en al helemaal tegen nieuwe technische ontwikkelingen. Ze benadrukken mogelijke problemen en eisen dat alles voor 100% veilig en bedrijfszeker is voordat zij aan de vernieuwing willen meewerken. Vooral advocaten en notarissen7 hebben het moeilijk over de schaduw van de eigen praktijk heen de voordelen van vernieuwing in het recht en de rechtspraak voor het algemeen belang te herkennen. Onzekerheid over de gevolgen van deze disruptieve technologie voor advocatuur, notariaat en juridische dienstverlening in het algemeen speelt daarbij een rol. Daarnaast bestaat de vrees dat de cliënt kan meekijken bij alle proceshandelingen van zijn procesgemachtigde en daardoor lastige vragen zal stellen over de aanpak van de zaak en de facturering. Verder valt niet uit te sluiten dat cliënten zelf AI-systemen zullen raadplegen om zich te laten informeren over hun rechtspositie, zelf concept-documenten zullen opstellen en bij de rechtshulpverlener aankloppen met nog “slechts” een enkele doelgerichte vraag (‘unbundled legal services’). Ook voor de advocatuur geldt: ‘de toekomst is begonnen’.
Dat de tijd rijp is voor de inzet van AI in het recht mag blijken uit het feit dat IT-bedrijven zich inmiddels richten op de juridische markt. Voorbeelden zijn slimme zoeksystemen, zoals Lexus en Westlaw, die gebruik maken van ‘natural language processing’. Het meest state-of-the-art is Ross, een softwareprogramma dat gebruik maakt van de rekenkracht van de IBM-computer Watson en advocaten helpt bij het zoeken van relevante juridische informatie. Ross is een online juridische service die kan omgaan met vragen in gewone taal (‘natural language’) en die antwoorden geeft in diezelfde taal, met daarbij een prognose over de juistheid van het antwoord. Ross doorzoekt miljoenen pagina’s juridische literatuur en rechtspraak per seconde. Ross is gevoed met allerlei juridische bronnen en is o.a. ingezet in de insolventiepraktijk. Het toevoegen van bronmateriaal en het trainen van Ross is werk voor juridische- en IT-professionals. Ross leert van de feedback van advocaten die Ross gebruiken. Een ander voorbeeld is Kira, een programma voor ‘machine learning contract analysis’, dat advocaten en bedrijven helpt bij de analyse, controle en samenvatting van (o.a. lease) contracten en due diligence-onderzoeken.
Ook de inzet van ‘predictive analytics’, het vinden van verbanden en het voorspellen van gebeurtenissen door slim gebruik van big data neemt een vlucht. Dergelijke analyses worden al gebruikt door de belastingdienst en door gemeenten (‘Smartbox’ en de Straatkubus van de gemeente Almere) voor het in kaart brengen van belasting- en uitkeringsfraude, door de politie bij inventariseren van risico-gebieden en misdaadbestrijding (‘predictive policing’), door verzekeringsmaatschappijen bij risico- en premieberekening (o.a. met Spotfire van TIBCO), door de retail bij voorraadbeheer (‘datawarehousing’) en zelfs door de politiek (Cambridge Analytica8) en het voetbal (Ayasdi in ‘topological data analysis’). Het gebruik van dergelijke analysemethoden in het recht is nog beperkt. Die analyses kunnen zien op zaken en op personen. Recent is door een groep onderzoekers (UK/USA) met inzet van AI-technieken een programma ontwikkeld dat de uitkomst van rechtszaken bij het EHRM met 79% zekerheid kan voorspellen (wel of geen schending). Enigszins geruststellend stellen de onderzoekers dat zij niet verwachten dat het systeem in staat is de Europese rechters te vervangen. Wel claimen zij dat het systeem waardevol is bij het identificeren van patronen in soortgelijke zaken en voor het selecteren van zaken waarin de kans het grootst is dat tot een schending van mensenrechten zal worden geoordeeld.9 Gelet op het voorspellend vermogen valt het te overwegen, ook voor het EHRM, een dergelijk programma in te zetten bij de clustering, prioritering en agendering van zaken. Dit kan leiden tot een vergroting van de efficiency van het zaaksmanagement en tot een substantiële bekorting van de (gemiddelde) doorlooptijd van zaken. Dezelfde soort programma’s worden gebruikt om het gedrag van rechters te monitoren en te voorspellen (‘judge profiling’). Bloomberg Law introduceerde in 2016 zijn ‘Litigation Analytics tool’, dat antwoord geeft op vragen als: hoe lang doet rechter X er over om uitspraak te doen in een zaak van type Y?, hoe vaak worden uitspraken van rechter X in hoger beroep vernietigd?, hoe vaak honoreert rechter X verzoeken om uitstel? Het gebruik van dergelijke tools stelt procespartijen in staat zich zowel juridisch zaakinhoudelijk als persoonsgericht zo gedegen mogelijk voor te bereiden. De kennis over de persoon van de rechter is niet langer voorbehouden aan “oude rotten in het vak”, die al jaren bij het betreffende gerecht over de vloer komen. Deze tools maken het ook mogelijk rechters onderling te vergelijken en daarbij informatie over hun nevenfuncties te betrekken. Dit kan leiden tot ‘shop’-gedrag en pogingen een zaak wel of juist niet beoordeeld te krijgen door een bepaalde rechter. Voor de rechtspraak verhoogt dit de noodzaak van transparantie bij rechterlijke zaakstoedeling, waarbij IT ook kan worden ingezet.10
Na de komst van grote spelers in de juridische online serviceverlening, zoals Legalzoom, Rocket Lawyer en Ross, komen nu ook in Nederland de ‘legal start-ups’ uit de startblokken. Ze zijn grofweg in te delen in vier typen:
doe-het-zelf-platforms, waar de rechtzoekende zelf informatie kan vinden en documenten, zoals standaardcontracten en akten, kan samenstellen en downloaden (o.a. JuriBlox, Ligo, VraagHugo, Doehetzelfnotaris en – van de overheid – JuridischLoket) en waar kant-en-klare bezwaarschriften gegenereerd kunnen worden (Appjection en Bezwaarmaker.nl voor WOZ-zaken). Denk ook aan online juridisch advies op het gebied van het arbeidsrecht (Magontslag.nl van de UvA, Cao-ontrafelaar van Akyla);
programma’s die fungeren als marktplaats voor advocaten en vraag en aanbod bij elkaar brengen (Lawspot, LegalSpot, LegalDutch, Leggle);
software voor advocatenkantoren, bestaande uit kantoorapplicaties (Clocktimizer, Mailgarant, Signrequest) en programma’s die het juridische advieswerk moeten vergemakkelijken (o.a. Gregor Samsa met tools voor de due dilligence-praktijk); en
alternatieven voor geschilbeslechting via de rechter (zoals de Stichting DigiTrage, een online scheidsgerecht, Rechtwijzer uit elkaar van de Raad voor Rechtsbijstand, iMediators en Vantage, een site om te ‘ontflicten’, met een tool voor arbeidsconflicten en echtscheidingen).
Niet alleen commerciële partijen bedienen zich van AI in het recht. Ook de overheid heeft die mogelijkheid ontdekt. AI-technieken worden ingezet bij het geautomatiseerd nemen van beschikkingen. Dit gebeurt onder meer door de Belastingdienst, de Belastingdienst/Toeslagen, het UWV, de SVB en de IND. I&M, RWS en grote gemeenten gebruiken informatietechnologie om te komen tot betere, meer flexibele planologie en stedenbouw.11 Ook bij de vergunningverlening zal gebruik worden gemaakt van software die burgers snel inzicht kan bieden in de wettelijke (on)mogelijkheden. Met ‘sim-city’-achtige software kan de burger zijn bouwplan invoeren en valideren; vergunningverlening zal interactiever worden.
Een andere ontwikkeling met potentieel grote implicaties is de ‘blockchain’-technologie, een soort openbaar grootboek op internet, dat kan worden gebruikt als vervanger van (overheids)registers, zoals het kadaster, het faillissementsregister, het register voor octrooien en merken en dat voor auto’s (RDW). De techniek kan ook worden gebruikt voor de overdracht van aandelen en het constateren van verzuim bij overeenkomsten. Deze technologie zal effect (kunnen) hebben op de registratie en overdracht van registergoederen en daarmee van invloed zijn op het werk van notariaat, advocatuur en rechtspraak. Het is veelzeggend dat de minister van EZ de noodzaak tot het oprichten van een nationaal Competence Centre Blockchain laat onderzoeken.12
De hiervoor genoemde ontwikkelingen zullen het rechtsbedrijf binnen 10 tot 15 jaar ingrijpend wijzigen. Toepassing van AI in het recht leidt tot door rechters te beoordelen geschillen. Maar rechters zullen ook zelf AI inzetten. De vraag is niet of dit zal gebeuren, maar in welk tempo en voor welke doeleinden. Voor de rechtspraak moet het primaire doel van verdere digitalisering zijn het verhogen van de kwaliteit van de rechtspraak: eenvoudiger, sneller en toegankelijker.