Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.2.3.4:12.2.3.4 Uitstel boeteoplegging bij aanwijzingen voor opzet of grove schuld
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.2.3.4
12.2.3.4 Uitstel boeteoplegging bij aanwijzingen voor opzet of grove schuld
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940710:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 67e lid 3 en art. 67f lid 5 AWR, waarover nader paragraaf 15.2.2.
De oplegging van de boete wordt dan losgekoppeld van de oplegging van de aanslag (de facto is er dus sprake van een verlengde verjaringstermijn voor de boete).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor vergrijpboetes bij navordering en naheffing is een wettelijke uitzondering op de gelijktijdigheidseis gemaakt.1 Deze regeling bestaat erin, dat de inspecteur onder voorwaarden gedurende maximaal een half jaar na het opleggen van de aanslag nader onderzoek kan verrichten naar de aanwezigheid van opzet of grove schuld, met het oog op een op te leggen vergrijpboete.2 Deze uitstelmogelijkheid lijkt in de opvatting van de Hoge Raad over het fatale moment van de mededeling door de beugel te kunnen, aangezien ook het daadwerkelijke opleggen van de boete wordt uitgesteld. Zolang de mededeling uiteindelijk maar vóór dat opleggen gebeurt, is dat in die opvatting nog op tijd. Of het EHRM een zodanig uitstel van de mededeling ook zal goedkeuren, is naar mijn mening twijfelachtig. Het EHRM knoopt voor wat betreft de tijdigheid van de onverwijld te verrichten mededeling immers aan bij de aanvang van de criminal charge, terwijl de onderhavige regeling in de opvatting van de Hoge Raad effectief voorziet in een uitstel van (maximaal) 6 maanden.