Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.7:3.2.7 Beschikkingsonbevoegdheid en derdenbescherming
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.7
3.2.7 Beschikkingsonbevoegdheid en derdenbescherming
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859150:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een beroep op art. 4:187 jo. 3:88 BW is vruchteloos nu de onbevoegdheid niet voortvloeit uit de ongeldigheid van een vroegere overdracht, die niet het gevolg was van onbevoegdheid van de toenmalige vervreemder. Voor roerende zaken, niet registergoederen, of een recht aan toonder of order, biedt de combinatie van art. 4:187 jo. 3:86 BW uitkomst.
Zie uitgebreider over het afgaan op een verklaring van erfrecht Asser/Perrick 4 2021/549 en 550 alsmede Perrick, WPNR 2014/7022, p. 534-535.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze verstrekkende gevolgen worden grotendeels ondervangen door derdenbeschermende bepalingen. Het nog nader te bespreken artikel 4:3 lid 2 BW is daar een voorbeeld van.1 Men denke bijvoorbeeld aan de situatie dat pas enige tijd na het overlijden sprake is van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling. De bepaling is volgens de tekst van de wet beperkt tot de situatie voordat de onwaardigheid is vastgesteld. Dat zou betekenen dat deze bepaling niet in alle gevallen soelaas biedt. Is ten tijde van het overlijden van erflater de onwaardigheid reeds vastgesteld, dan zou artikel 4:3 lid 2 BW niet opgaan. De bepaling moet naar mijn mening ruimer worden geïnterpreteerd. In paragraaf 3.4 komt dit nader aan de orde. Voorts kan artikel 4:187 BW in een aantal gevallen nog een helpende hand bieden.2 Degene die is afgegaan op de in de verklaring van erfrecht – waaronder begrepen een verklaring van executele – vermelde feiten, geldt te dezen aanzien als te goeder trouw.3
Ondanks derdenbeschermende bepalingen kunnen zich bij een onbevoegd opgetreden executeur of bewindvoerder (evenals bij een onbevoegde erfgenaam of legataris) situaties voordoen waarin derden te goeder trouw aan het kortste eind trekken.4 Te meer wanneer wordt vastgehouden aan de letterlijke tekst van artikel 4:3 lid 2 BW. Het enkele gegeven dat een ruime benadering van het begrip voordeel verstrekkende gevolgen heeft, rechtvaardigt echter niet dat de term beperkt moet worden uitgelegd.