Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.3:3.3 Fiscaliteit
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.3
3.3 Fiscaliteit
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401432:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Friedland, J.A. (1996), 'Fax Considerations in Selecting a Business Entity: The New Entity Classification', 9 DePaul Business Law Journal, blz. 109-125.
Kamerstukken II, 2004-2005, 30 107, nr. 2, onder punt 4, blz. 20.
Zie onder andere: het advies van de Raad van State, d.d. 10 mei 2006, No. W06.06.0125/IV; inzake het voorstel van wet tot wijziging van belastingwetten ter realisering van de doelstelling uit de nota 'Werken aan winst'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De fiscaliteit richt zich op de belastingen. Het belangrijkste aspect daarbij is of de vennootschap geclassificeerd wordt als een vennootschap die zelf subject van belasting is of als een transparante vennootschap, waarvan de inkomsten en verliezen gerapporteerd worden onder het individueel belastbaar inkomen van de participanten.1 De verschillen in uitkomst van de totale belastingheffing kunnen ertoe leiden dat fiscale motieven ten grondslag liggen aan de rechts-vormkeuze. Dit kan worden voorkomen door een rechtsvormneutrale ondernemingswinstbelasting of een optiestelsel dat vennootschappen zelf de fiscale (gewenste) classificatie laat kiezen. Deze methoden lijken volgens de staatssecretaris van Financiën praktisch moeilijk realiseerbaar.2 In Nederland streeft de belastingwetgever naar een globaal evenwicht. Dit houdt in dat de belastingdruk bij verschillende rechtsvormen globaal gelijk moet zijn, opdat de keuze van de rechtsvorm niet louter wordt bepaald door fiscale motieven.3 Daarom probeert de wetgever de inkomsten- en vennootschapsbelasting zo in te vullen dat als resultaat een ongeveer gelijke belastingdruk ontstaat. Een voorbeeld hiervan binnen de Nederlandse belastingwetgeving is de introductie van de MKB-winstvrijstelling. Verschillen in de belastingheffingen blijven echter bestaan.