De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.4.7:6.2.4.7 Geschillen tussen 'regelend' en garanderend Bureau; kracht van rechterlijke uitspraken
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.4.7
6.2.4.7 Geschillen tussen 'regelend' en garanderend Bureau; kracht van rechterlijke uitspraken
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS396001:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Geschillen tussen 'regelend' Bureau enerzijds en garanderend Bureau en verzekeraar anderzijds komen uiteraard voor. Zij kunnen zowel betrekking hebben op de uitleg van de overeenkomsten tussen de Bureaus en de Internal Regulations als op de interpretatie van het toepasselijke recht. In geval van onduidelijkheid over de juiste uitleg van de overeenkomsten tussen de Bureaus wordt de kwestie (meestal) in Council-verband aan de orde gesteld en wordt een algemene uitleg overeengekomen, die wordt opgenomen in het Explanatory Memorandum. Is een geschil tussen twee Bureaus niet langs deze weg op te lossen, dan voorzien de overeenkomsten in verplichte arbitrage, voorafgegaan door een mediation-procedure.
Deze weg dient ook te worden gevolgd als een verzekeraar meent restitutie aan het 'regelend' Bureau te kunnen weigeren, omdat dat Bureau de schade onjuist zou hebben geregeld. Het handvat daarvoor is enerzijds de verplichting van het Bureau om de schade met inachtneming van het toepasselijke recht te regelen, anderzijds zijn gehoudenheid om de gerechtvaardigde belangen van de verzekeraar, respectievelijk het garanderend Bureau daarbij in het oog te houden.
Een probleem kan daarbij rijzen als het 'regelend' Bureau in een procedure met de benadeelde is veroordeeld op gronden die zich niet verhouden met de afspraken tussen de Bureaus. Voorbeelden daarvan zijn de veroordeling van het 'regelend' Bureau omdat de aansprakelijke in het bezit zou zijn van een geldige groene kaart, terwijl van een dergelijke geldigheid op grond van de afspraken tussen de Bureaus geen sprake kan zijn. Ook is denkbaar dat het 'regelend' Bureau wordt veroordeeld omdat het aansprakelijke voertuig gewoonlijk gestald zou zijn in een bepaald land, waarvan het Bureau de Multilateral Agreement heeft gesloten, terwijl de Bureaus onderling een andere interpretatie aanhangen.
Een voorbeeld daarvan is de uitspraak van het Landgericht Aachen van 12 april 2000, besproken in paragraaf 4.5.4.4. Zonder dat het kenteken bekend was, werd het Duitse Bureau veroordeeld omdat het voertuig de letters NL droeg en de plaat geel zou zijn geweest en een combinatie van letters en cijfers bevatte die Nederlands zou kunnen zijn. Betoogd is dat deze uitspraak een misslag is.
De vraag is of in een dergelijk geval de regels van het groenekaartstelsel dan wel de rechterlijke uitspraak prevaleren. Deze vraag is zowel voor het geval van geschillen over de geldigheid van de groene kaart, als voor de uitleg van het begrip 'gewoonlijk gestald' in de Council of Bureaux aan de orde geweest. Voor beide situaties is vastgesteld dat de rechterlijke uitspraak dan voorgaat. Voor de situatie van de groene kaart is in 1992 - onder de Uniform Agreement - vastgesteld dat:
"an arbitration decision (...shall), be of no effect in the presence of a Court decision, whatever the date of either might be, when the Jatter results from any action of the victim or his/her dependents."
Onder de Internal Regulations is deze lijn voortgezet. Zij geldt zowel voor de groene kaart als voor de uitleg van het begrip 'gewoonlijk gestald'.
Voorwaarde lijkt te zijn dat er een arbitrale beslissing ligt en dat de procedure door de benadeelde of zijn 'dependents' is geëntameerd. De eerste voorwaarde lijkt niet van groot belang. Ligt er een rechterlijke uitspraak, dan zal het aanspannen van een arbitrage weinig meer uitrichten. Wel zou een dergelijke arbitrage wellicht nog zin hebben als de rechterlijke procedure niet door de benadeelde maar bijvoorbeeld door een regresnemende verzekeraar - particulier of sociaal - is aangespannen.
De achtergrond van de voorrang van de rechterlijke uitspraak ligt waarschijnlijk hierin, dat de Bureaus van een aantal landen statutair de financiële middelen niet krijgen om schadegevallen voor eigen rekening te houden. Zij dienen de schade ofwel te kunnen verhalen op een garanderend Bureau, dan wel op grond van het feit dat de aansprakelijke onverzekerd is, op het waarborgfonds van het land van het ongeval. Verhaal op het waarborgfonds zal niet mogelijk zijn in het licht van de rechterlijke uitspraak, mede omdat het waarborgfonds van het land niet is gebonden aan de overeenkomst tussen de Bureaus.
Vanuit het oogpunt van de systematiek van het groenekaartstelsel is deze beslissing van de Council weinig bevredigend. Men zou menen dat de contractuele eigen interpretatie voorrang zou moeten hebben. Terzijde kan daarbij worden opgemerkt dat het de voorkeur zou verdienen het 'regelend' Bureau het risico van 'onjuiste' rechterlijke uitspraken te laten dragen. Dat kan als extra aansporing dienen om de belangen van de verzekeraar en het garanderend Bureau naar beste kunnen te behartigen.