Het EVRM en het materiële omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/10.4.2.1:10.4.2.1 Inleiding
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/10.4.2.1
10.4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
D.G.J. Sanderink, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
D.G.J. Sanderink
- JCDI
JCDI:ADS449965:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Omgevingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook bij andere gebruiksbeperkingen dan bouwbeperkingen kan dit onderscheid gemaakt worden, maar het lijkt bij die andere gebruiksbeperkingen in de praktijk toch minder relevant. Dat komt waarschijnlijk, doordat het (nog te bespreken) leerstuk van passieve risicoaanvaarding in de praktijk vooral een rol speelt bij overheidsmaatregelen die bouwmogelijkheden beperken of doen vervallen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 9.5 is gebleken dat blijkens de rechtspraak van het ehrm de schadevergoeding die voor een aantasting van het eigendomsbelang wel of niet wordt geboden veruit de belangrijkste factor is in de proportionaliteitsbeoordeling. De meeste andere (in paragraaf 9.5 genoemde) factoren die van belang zijn bij de beoordeling van de ‘fair balance’ zijn, zoals in die paragraaf eveneens is gebleken, in wezen enkel hulpfactoren aan de hand waarvan beoordeeld kan worden of het aanbieden van schadevergoeding wel of niet nodig is om een ‘fair balance’ tot stand te brengen. Ten behoeve van de beantwoording van de in paragraaf 10.4.1 genoemde vraag vindt in deze paragraaf een bespreking plaats van de rechtspraak over de twee hulpfactoren die bij bouwbeperkingen het belangrijkst zijn. Die twee hulpfactoren zijn de ernst van de aantasting van het eigendomsbelang en de voorzienbaarheid van de aantasting van het eigendomsbelang. De bespreking van de rechtspraak over de voorzienbaarheid van de aantasting is daarbij verdeeld over twee afzonderlijke paragrafen. Bij bouwbeperkingen kan namelijk onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds voorzienbaarheid van de bouwbeperking die reeds bestond op het moment van aankoop van de eigendom en anderzijds voorzienbaarheid van de bouwbeperking die pas is ontstaan na het moment van aankoop van de eigendom.1 Indien een beperking van het gebruik van eigendom (bouwbeperking) reeds voorzienbaar was op het moment van aankoop van die eigendom, wordt in het Nederlandse nadeelcompensatierecht wel gesproken van ‘actieve risicoaanvaarding’. Het Nederlandse nadeelcompensatierecht kent daarnaast het leerstuk van de ‘passieve risicoaanvaarding’. Daarvan kan sprake zijn, indien een beperking van het gebruik van eigendom (bouwbeperking) pas voorzienbaar is geworden na het moment van aankoop van die eigendom. Wat betreft de voorzienbaarheid van bouwbeperkingen zal ik hierna ten aanzien van de rechtspraak van het ehrm over artikel 1ep aansluiten bij deze Nederlandse terminologie uit het nadeelcompensatierecht.