Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/1.1.1
1.1.1 Waarom zou je aan re-integratie werken?
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS574468:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Noordam 2001, p.143-144.
De kosten zijn voor de overheid: betalen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, voor de werknemer: inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid, voor de werkgever: loondoorbetaling zonder tegenprestatie en kosten van verzuimbegeleiding.
I.P. Asscher-Vonk, ‘Re-integratie’, in: I.P. Asscher-Vonk e.a., De zieke werknemer, Deventer: Kluwer 2007, p.199. Ook Westerveld ziet een persoons- en een macroperspectief: het verkleinen van iemands afstand tot werk en de vergroting van de netto arbeidsparticipatie, M. Westerveld, ‘Klantgericht re-integratierecht. Een kijkje in de snoeptrommel van de overheid.’, TRA 2009/76.
Niet-werken is niet altijd ongewenst. Een student mag zich volledig richten op zijn studie en is maatschappelijk niet verplicht te werken. De AOW-gerechtigde wordt door de wetgever zijn pensioen ‘gegund’ en van de volledig en duurzaam arbeidsongeschikte werknemer wordt niets meer verwacht op de arbeidsmarkt. Bij sommige groepen is het niet-werken echter wel onwenselijk. De wetgever heeft bijvoorbeeld het UWV de taak gegeven om de inschakeling van ZW- en WW-gerechtigden in het arbeidsproces te bevorderen. Het college van B&W is verantwoordelijk voor de ondersteuning van een bijstandsgerechtigde bij de arbeidsinschakeling. De werkgever is, samen met de werknemer, verantwoordelijk gemaakt voor re-integratie bij arbeidsongeschiktheid. Bij re-integratie gaat het om het opheffen van een onwenselijke situatie, waarbij het in dit boek gaat om het niet of beperkt werken vanwege arbeidsongeschiktheid.
Waarom is dat onwenselijk? In de opvatting van Noordam zijn vier verschillende re-integratieredenen bij arbeidsongeschiktheid te onderscheiden. De motieven om werk te maken van re-integratie zijn:1
medisch-sociaal: re-integratie kan bijdragen aan het gezondheidsherstel en de revalidatie van de arbeidsongeschikte werknemer.
ethisch-juridisch: ook al is een werknemer arbeidsongeschikt, dat neemt niet weg dat hij gelijke kansen verdient of de mogelijkheid tot zelfontplooiing moet hebben. Re-integratie draagt daar aan bij.
verzekeringstechnisch: de arbeidsongeschikte werknemer kan op enig moment aanspraak maken op een socialeverzekeringsuitkering. Element bij elke verzekering is dat de schade zoveel mogelijk moet worden beperkt.2 Schadebeperking is mogelijk door re-integratie.
economisch: de kosten van arbeidsongeschiktheid voor zowel overheid, werknemer als werkgever kunnen worden gedrukt door re-integratie.3
Een andere invalshoek is om de ratio van re-integratie vanuit de belanghebbenden te bekijken. Zowel de overheid, de werknemer als de werkgever hebben belang bij het zo snel mogelijk beëindigen van arbeidsongeschiktheid. Dat betekent drie perspectieven waarom re-integratie van de werknemer in betaalde arbeid wordt gewenst:4
een macroperspectief
een werknemersperspectief
een werkgeversperspectief
Ik bespreek elk van deze perspectieven.