Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.4.3:13.4.3 Certificering van box 3-vermogen
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.4.3
13.4.3 Certificering van box 3-vermogen
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232970:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In aanmerking nemend dat de certificaten hebben op betrekking onroerende zaken, roerende zaken of vermogensrechten, en deze varianten reeds gedekt zijn door de genoemde subonderdelen, kunnen certificaten die onder sub f vallen zich naar mijn mening niet voordoen.
In vergelijkbare zin Hofman en Singh, WFR 2017/7174, paragraaf 4.3.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf ga ik in op de heffing ter zake van certificaten die in box 3 vallen. Het hangt af van hoe men de certificaten beschouwt, op welke grond deze belastbaar zijn in box 3. Indien men kijkt naar het certificaat zelf, het vorderingsrecht, kunnen de certificaten, afhankelijk van de aard van het gecertificeerde vermogen, belastbaar zijn in box 3 op grond van artikel 5.3 lid 2 sub b, sub d of sub e Wet IB 2001.1 Indien de certificaathouder economisch eigenaar en daarmee fiscaal eigenaar is, zou naar mijn mening echter niet het certificaat in de heffing betrokken moeten worden, maar het gecertificeerde goed.2 In dat geval zou heffing kunnen plaatsvinden op grond van artikel 5.3 lid 2 sub a, c of e Wet IB 2001. Op de vraag of in geval van economische eigendom aangesloten zou moeten worden bij het certificaat, of juist het gecertificeerde vermogen, ga ik nader in in paragraaf 13.4.3.1 in samenhang met de box 3-vrijstellingen.
Gezien de forfaitaire heffingssystematiek van box 3 leiden mutaties in het box 3-vermogen niet als zodanig tot belastingheffing. De vraag of certificering of decertificering een belaste vervreemding kan vormen, speelt derhalve in deze context niet. In deze paragraaf wordt daarom, naast op de fiscale aard van certificaten in box 3, ingegaan op twee gebieden waarop certificering wel van invloed kan zijn op de box 3-heffing, te weten de gevolgen van certificering voor de vrijstellingen in box 3 en de gevolgen voor de waardering van box 3-vermogen.
13.4.3.1 Behandeling certificaat in box 3 en gevolgen voor vrijstellingen13.4.3.2 Waardering van certificaten in box 3