Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/2.2.1:2.2.1 Inleiding
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/2.2.1
2.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS458830:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bespreking van de reikwijdte van art. 10 lid 1 EU-Handvest laat ik in dit onderzoek buiten beschouwing aangezien art. 52 lid 3 EU-Handvest bepaalt dat indien de Handvest-rechten corresponderen met rechten in het EVRM, hun inhoud en reikwijdte identiek is aan die EVRM-rechten. Zoals gezegd hebben art. 9 EVRM en art. 10 lid 1 EU-handvest dezelfde formulering en kunnen we er dus vanuit gaan dat ze dezelfde inhoud en reikwijdte hebben. Zie hierover Kortmann/Bovend’Eert e.a. 2016, p. 409.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel artikel 6 Grondwet als artikel 9 EVRM beschermen de godsdienstvrijheid. De afbakening van het grondrechtsobject van deze rechten is het meest bepalend voor het juridische begrip van godsdienst. Dit komt doordat deze rechten bovenaan in de hiërarchische structuur van de rechtsorde staan. Het begrip van godsdienst dat gevormd wordt naar aanleiding van de toepassing van deze grondrechten is leidend voor de toepassing van lagere wet- en regelgeving waarin religieuze termen voorkomen. Anders gezegd: wat in het kader van het grondrecht van de godsdienstvrijheid wordt uitgelegd als godsdienst(ig) heeft vanwege grondwets- of verdragsconforme interpretatie geldingskracht ten opzichte van de uitleg van godsdienst op grond van wettelijke termen met een godsdienstig karakter in lagere wetten en regels.
In deze paragraaf behandel ik de reikwijdte van de grondrechtsobjecten van artikel 9 EVRM en artikel 6 Grondwet.1 In 2.2.2-2.2.5 geef ik op basis van de literatuur en de jurisprudentie allereerst een gangbare beschrijving van deze rechtsobjecten. Vervolgens ga ik in 2.2.6-2.2.10 in op de vraag of er een verschil in reikwijdte is tussen het grondrechtsobject van artikel 6 Grondwet en dat van artikel 9 EVRM. Naast een verschil in reikwijdte tussen artikel 6 Grondwet en artikel 9 EVRM zou er ook een verschil kunnen zitten in de reikwijdte van het grondrechtsobject van artikel 9 EVRM op nationaal en EHRM-niveau. Of hiervoor aanwijzingen zijn bespreek ik in 2.2.11. Tot slot breng ik in 2.2.12 de overlap en de afbakening tussen het grondrechtsobject van de godsdienstvrijheid (zowel artikel 9 EVRM als artikel 6 Grondwet) en andere grondrechten ter sprake. In sommige gevallen, zo blijkt uit de jurisprudentie, worden uitingen en gedragingen met een religieus karakter niet beschermd door de vrijheid van godsdienst maar door een andere grondrecht. Wat betekent dit voor het juridische begrip godsdienst?