Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/7.2.1.2
7.2.1.2 Aanpassingsperiode
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS419880:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Kamerstukken II 2005/06, 30 300 VI, nr. 169, p. 5.
HvJ EG 22 juni 2006, gevoegde nrs. C-182/03 en C-217/03 (Koninkrijk België en Forum 187 VZW v. Commissie), V-N 2006/40.3, par. 165. Zo ook HvJ EG 11 maart 1982, nr. 127/80 (Grogan/ Commissie), ECR 1982, p. 869 waarin het HvJ EG oordeelde dat een ten aanzien van aanpassingen in de pensioenuitkeringsrechten een overgangsperiode van tien maanden te gering is.
Zie bijlage C.
Gerecht van eerste aanleg 12 september 2007, nr. T-348/03 (Koninklijke Friesland Foods N.V./ Commissie), V-N 2007/44.12, ro. 137.
Bijv. de per 1 januari 2005 met terugwerkende kracht tot 27 augustus 2004 afgeschafte PC-privéregeling ter zake waarvan vaak met de werkgever een regeling werd getroffen die betrekking had op een periode van drie jaar.
Zie bijv. HR 2 september 1992, nr. 27 855, BNB 1993/2 (m.nt. Simons), waarin de Hoge Raad aangaf dat als er reeds overeenkomsten gesloten zijn die niet kunnen worden aangepast, eerbiedigende werking gewenst kan zijn.
De mate van uitvoerbaarheid van een overgangsregime hangt mede af van de vraag hoeveel tijd benodigd is om de bestaande situaties aan te passen aan de nieuwe regeling. De benodigde aanpassingsperiode kan van belang zijn voor de keuze van zowel een werkingsregel als een overgangsmaatregel. Indien de wetgever kiest voor uitgestelde werking om belastingplichtigen zodoende de gelegenheid te geven zich aan te passen, dient de periode van uitstel wel lang genoeg te zijn. Ook bij de vaststelling van de duur van de overgangsmaatregel dient rekening te worden gehouden met deze aanpassingsperiode.
Dat rekening moet worden gehouden met de aanpassingsperiode komt met name aan de orde in jurisprudentie van het HvJ EG en het Gerecht van eerste aanleg.1 In een uitspraak inzake een Belgische regeling voor coördinatiecentra oordeelde het HvJ EG dat op grond van het communautaire vertrouwensbeginsel aan betrokkenen een overgangsperiode moet worden geboden, opdat zij zich aan het nieuwe regime kunnen aanpassen.2 In een uitspraak inzake de afschaffing van de concernfinancieringsmaatregel3 achtte het Gerecht van eerste aanleg een aanpassingsperiode van vijftien maanden te gering gelet op de maatregelen die belanghebbende had moeten treffen om aan de voorwaarden van de concernfinancieringsmaatregel te kunnen voldoen:4
‘De termijn tussen de bekendmaking van de beschikking houdende inleiding van de formele onderzoeksprocedure, dat wil zeggen 31 oktober 2001, en de bestreden beschikking van 17 februari 2003 was onvoldoende om verzoekster in staat te stellen rekening te houden met de invloed van een eventueel besluit tot beëindiging van de betrokken regeling. De onbetwiste omstandigheid dat verzoekster de door haar noodzakelijk geachte maatregelen heeft getroffen om aan de wettelijke voorwaarden van de cfa-regeling te voldoen (zie punt 51 hiervoor), impliceert immers dat er boekhoudkundige maatregelen en financiële en economische beslissingen zijn getroffen die niet binnen een termijn van vijftien maanden kunnen worden gewijzigd.’
Ik concludeer dat ingeval een regeling op een langere periode betrekking heeft5 of aan de gebruikmaking van de regeling een langere periode van voorbereiden voorafgaat6 en de aankondiging van afschaffing van de regeling eerst na aanvang van de voorbereidingen wordt gedaan7 uit oogpunt van uitvoerbaarheid, rekening moet worden gehouden met een aanpassingsperiode.