Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.4.3:12.4.3 Terugbetalingsverplichting koper: achterliggende investeerder?
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.4.3
12.4.3 Terugbetalingsverplichting koper: achterliggende investeerder?
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409098:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet alleen de acquisitievennootschap, maar ook haar achterliggende aandeelhouder/ investeerder kan volgens Eidenmüller op grond van § 133 InsO aangesproken worden tot terugbetaling van de aan het doelwit onttrokken middelen. Dat de achterliggende investeerder zelf geen aandeelhouder van de doelwitvennootschap is, staat weliswaar in de weg aan een vennootschapsrechtelijke terugbetalingsverplichting uit hoofde van van § 31 GmbHG, maar de faillissementsrechtelijke Insolvenzanfechtung kijkt volgens Eidenmüller door de acquisitievennootschap heen. Uiteindelijk is het de achterliggende investeerder die de vruchten plukt van de transacties van de acquisitievennootschap. Eidenmüller betoogt daarom dat deze tevens kan worden aangesproken, als bij hem de vereiste opzet wordt aangetoond.
“Durch die Besicherung hat die Zweckgesellschaft das Darlehen als Akquisitionswährung erlangt. Mittelbar kam dieses indes dem dahinter stehenden Fonds zu Gute. Ohne das Darlehen hätten die Anteile der Altgesellschafter nicht erworben werden können und wäre die Beteiligung an der Zweckgesellschaft wertlos geblieben. […] Ist auf seiner Seite Vorsatz im Spiel, dann ist er auch nicht schutzwürdig.”1
Thole voert hiertegen aan dat doorbraak naar de achterliggende investeerder niet zal worden aangenomen louter omdat deze de uiteindelijke belanghebbende bij de transactie is. Wel meent hij dat het onder omstandigheden mogelijk is dat de acquisitievennootschap wordt aangemerkt als een door de investeerder gebruikte Hülle; in dat geval wordt bij de toepassing van de Insolvenzanfechtung de investeerder als ontvanger van het onttrokken vermogen beschouwd en kan dus de investeerder tot terugbetaling daarvan worden aangesproken.2